Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 99 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 99

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

In dezen psalm wordt gesproken van de macht des Heeren, mitsgaders van Zijn gerechtigheid en goedertierenheid over Zijn volk; met een vermaning, door het voorbeeld van Mozes en Aäron, om God in Zijn gemeente te loven.
 
De HEERE is groot in Sion
1 DE HEERE 1regeert, 2dat de volken beven; 3Hij zit tussen de cherubs; de aarde 4bewege zich.1 Te weten over ons, dat is, Hij beschermt ons krachtiglijk tegen onze vijanden. Zie Ps. 97:1. verwijsteksten
2 Anders: daarom beven de volken, en alzo in het volgende. Anders: ofschoon de volken gestoord of beroerd of verschrikt zijn.
3 Zie 1 Sam. 4:4. verwijsteksten
4 Te weten van vreze, of om den Heere eerbied te betonen.
2 De HEERE is 5groot 6in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.5 Dat is, treffelijk, vol van majesteit.
6 Dat is, onder Zijn volk van Israël, dat op den berg waar de tempel was, placht te vergaderen en tot den godsdienst te komen.
3 Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
4 En 7de sterkte 8des Konings, Die het recht liefheeft. 9Gij hebt 10billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan 11in Jakob.7 Die Hij doet blijken in het verdrijven onzer vijanden.
8 Te weten Christus Jezus.
9 Te weten Die onze Koning zijt.
10 Dat is, alle billijkheid of rechtmatigheid; alsof hij zeide: Al is de Heere een sterk en machtig Koning, nochtans is Hij geen tiran, dat Hij Zijn onderzaten met geweld zou onderdrukken; maar Hij bemint de gerechtigheid en Hij doet een ieder recht.
11 Dat is, onder het volk van Israël, dat van Jakob afkomstig is.
5 Verheft den HEERE onzen God, en buigt u neder 12voor de voetbank Zijner voeten; 13Hij is heilig.12 Anders: tegenover de voetbank Zijner voeten. Zie de aant. 1 Kron. 28:2. Alzo wordt de letter lamed ook genomen vers 9, en elders dikwijls. verwijsteksten
13 Te weten God, of de tempel; of: welke (te weten voetbank) heilig is.
6 14Mozes en Aäron waren onder 15Zijn priesters, en Samuël onder de aanroepers Zijns Naams; 16zij riepen tot den HEERE en Hij verhoorde hen.14 Alsof hij zeide: Gij zult niet tevergeefs voor den Heere nedervallende Hem aanroepen, want Hij heeft altoos Zijn getrouwe dienaars verhoord; alzo zal Hij ulieden mede doen, inzonderheid nadat de ware Priester en Voorspraak Christus persoonlijk zal verschenen zijn. Mozes wordt onder de priesters gesteld, omdat hij voor het volk placht te bidden en ook geofferd heeft, hoewel hij daarna geen gewoon priester gebleven is. Zie Ex. 29:11, 16. Jer. 15:1. verwijsteksten
15 Of: oversten, prinsen. Hebr. cohen. Zie de aant. Gen. 41 op vers 45. verwijsteksten
16 Te weten Mozes en Aäron, gelijk er geschreven staat Ex. 32:11, enz. Num. 14:13, 17, 19; 16:22, 42, 46. 1 Sam. 7:9; 12:19, 23. Jer. 15:1. verwijsteksten
7 Hij sprak 17tot hen in een wolkkolom; 18zij hebben 19Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen die Hij hun gegeven had.17 Te weten Mozes en Aäron, Num. 16:22, 42. Doch inzonderheid tot Mozes. Zie Ex. 33:9. verwijsteksten
18 Te weten Mozes en Aäron.
19 Dat is, Zijn geboden, door dewelke Hij betuigde wat Hij wilde dat zij doen zouden.
8 O HEERE onze God, Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest 20een vergevend God, hoewel wraak doende over 21hun 22daden.20 Dat is, Die hun hun zonden hebt vergeven, en hebt hen van U niet verworpen.
21 Te weten van het volk, voor hetwelk Mozes bad, Ex. 32:14; 34:35. Num. 14:20, 21, 23. Of: hun, te weten van Mozes en Aäron, als te zien is Num. 20:12. Deut. 3:23, 24, 25. Of versta hier door hun zowel het een als het ander. verwijsteksten
22 Dat is, misdaden.
9 23Verheft den HEERE onzen God, en buigt u 24voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE onze God is heilig.23 Te weten door lofzangen en dankzeggingen.
24 Of: tegenover, gelijk vers 5, en hier wordt verstaan de berg Sion, en daardoor de tempel, en de ark die daarin was. verwijsteksten

Einde Psalm 99