Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 77 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 77

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De profeet beschrijft in zijn voorbeeld zeer levendig de aanvechting die de gelovigen hebben, zo wanneer zij de gunstige tegenwoordigheid Gods niet gewaarworden; mitsgaders de overhand des geestes, die zich in geloof weder opricht en sterkt, door de betrachting van Gods getrouwe beloften en voorgaande weldaden.
 
Vertrouwen in aanvechtingen
1 EEN psalm van 1Asaf, voor den opperzangmeester, 2over Jedúthun.
1 Zie Ps. 50 op vers 1. verwijsteksten
2 Zie Ps. 39 op vers 1. Of: in Jeduthun, dat is, over of onder de nakomelingen van Jeduthun. Anders: voor Jeduthun zelven, als mede een der opperzangmeesters zijnde. verwijsteksten
 
2 Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.
3 Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den Heere; mijn hand was des nachts 3uitgestrekt en liet niet af; mijn ziel 4weigerde getroost te worden.
3 Tot God met gedurig bidden, of: uitgebreid, eigenlijk uitgeschud, uitgestort, gelijk degenen die misbaar bedrijven, de handen nu samenslaan, dan vaneenwerpen, insgelijks heen en weder bewegen, naar de gesteltenis des harten. Anders: overgoten of overstort, te weten met tranen.
4 Dat is, ik kon de droefheid niet verzetten of matigen, ik werd bestreden met mistroostigheid. Vgl. Gen. 37 op vers 35. verwijsteksten
 
4 Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; 5peinsde ik, zo werd mijn ziel 6overstelpt. 7Sela.
5 Als Gen. 24:63. Zie aldaar. Anders: bad ik. verwijsteksten
6 Zie Ps. 61 op vers 3. verwijsteksten
7 Zie Ps. 3 op vers 3. verwijsteksten
 
5 Gij hieldt mijn ogen 8wakende; ik was 9verslagen en sprak niet.
8 Hebr. Gij hieldt de wachten mijner ogen, dat is, (als sommigen verstaan) mijn oogleden. De zin is: Gij hieldt mij wakker, dat ik niet kon slapen, vanwege de gedurigheid van het kruis en de droefheid.
9 Als iets dat met hamers geklopt en geslagen wordt; gelijk degenen wien het hart klopt of slaat van grote ontsteltenis. Vgl. Gen. 41 op vers 8. Richt. 13 op vers 25. Dan. 2:1, 3, alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. verwijsteksten
 
6 Ik overdacht de dagen 10vanouds, de jaren der 11eeuwen.
10 Volgens het bevel Deut. 32:7. Vgl. Ps. 74:12, enz. verwijsteksten
11 Dat is, die voorlang gepasseerd zijn. Van het Hebreeuwse woord olam zie Jer. 2 op vers 20. verwijsteksten
 
7 Ik dacht aan mijn 12snarenspel, in den nacht overlegde ik in mijn hart; en mijn geest 13onderzocht:
12 Hoe ik God in voortijden met vreugde placht te danken voor Zijn weldaden.
13 Om het rechte verstand hiervan te bekomen. Vgl. Ps. 73:16, 17. Hieruit zijn de volgende woorden van den profeet gesproten, alsof hij zeide: Ten laatste dacht ik: Zal dan de Heere, enz., als volgt. verwijsteksten
 
8 Zal dan de Heere in 14eeuwigheden verstoten, en 15voortaan niet meer goedgunstig zijn?
14 Dat is, voor altoos.
15 Hebr. niet voortvaren of toedoen, meer goedwillig of goedgunstig of welgenegen te zijn, of welgevallen, welbehagen te nemen, te weten in mij, of Zijn volk, dien Hij voormaals zo grote genade bewezen heeft?
 
9 Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de 16toezegging een einde, 17van geslacht tot geslacht?
16 Dat is, het woord Zijner belofte?
17 Hebr. in geslacht en geslacht.
 
10 Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.
11 Daarna zeide ik: Dit 18krenkt mij; 19maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.
18 Namelijk dat God mij nu anders behandelt dan voordezen, dat Hij in de regering van Zijn volk niet altoos denzelfden koers houdt. God doet alles wijselijk en zoals het tot Zijn eer en ons best dienstig is. Anders: Dit krenkt mij: de verandering van de rechterhand des Allerhoogsten. Of vraagswijze: Zal mij dit krenken, dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert? Of: Dit is mijn bidden, het veranderen van de rechterhand des Allerhoogsten.
19 Dat is, Hij kan dit lijden in blijdschap haast veranderen.
 
12 Ik zal de daden des HEEREN 20gedenken, ja, ik zal gedenken Uw 21wonderen van oudsher,
20 Om mij daardoor op te richten en te versterken.
21 Hebr. Uw wonder of wonderwerk. En zo in het volgende vers: al Uw werk of al Uw doen.
 
13 En zal al Uw werken 22betrachten, en van Uw daden 23spreken.
22 Of: verhalen.
23 Of: aandachtig merken op, enz.
 
14 O God, Uw 24weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?
24 Dat is, Uw regering verstaat men eigenlijk terdege in Uw heiligdom en gemeente, niet onder de kinderen dezer wereld. Vgl. Ps. 73:17. Anders: Uw weg is in heiligheid, dat is, Uw doen is gans heilig, al is het dat wij het dikwijls niet begrijpen. verwijsteksten
 
15 Gij zijt die God, Die awonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekendgemaakt onder de volken.
a Ex. 15:11. verwijsteksten
 
16 Gij hebt Uw volk door Uw 25arm verlost, de kinderen van Jakob en van 26Jozef. Sela.
25 Dat is, door Uw grote kracht, door Uw geweld. Zie Ex. 6:5. Ps. 79:11. verwijsteksten
26 Jozef was ook Jakobs zoon, en dienvolgens waren zijn kinderen Jakobs kinderen, maar hij wordt hier in het bijzonder genoemd, om de heerlijkheid en het voordeel van Efraïm en Manasse, Gen. 48:5. 1 Kron. 5:1, 2. Ook had hij gans Israël, als een vader, in Egypte gevoed; ja, door Jozef worden somtijds de tien stammen of ook gans Israël verstaan. Zie Gen. 45:10, 11; 48:22. Vgl. Ps. 80 op vss. 2, 3. verwijsteksten
 
17 bDe wateren zagen U, o God, de wateren zagen U, zij 27beefden; ook waren de afgronden beroerd.
b Ex. 14:21. verwijsteksten
27 Of: werden bang, als een die in barensnood is; wegvliedende, als van angst en bangheid, om Israël den pas te openen door de Rode Zee. Vgl. Ps. 114:3, 5. verwijsteksten
 
18 c28De dikke wolken goten water uit, de bovenste wolken gaven 29geluid; ook gingen Uw 30pijlen daarheen.
c Ex. 14:24. verwijsteksten
28 Dit vers (alsook het volgende) schijnt te verklaren hetgeen Ex. 14:24, 25 gezegd wordt, als zijnde alzo geschied, dat God eerst een schrikkelijk onweder verwekt heeft over de Egyptenaars. verwijsteksten
29 Dat is, donder.
30 Bliksemstralen, als in het volgende verklaard wordt. Vgl. 2 Sam. 22:15. verwijsteksten
 
19 Het geluid Uws donders was in het 31rond; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.
31 Of: in den kloot, sfeer, dat is, in de lucht, die als een kloot in het rond om den aardbodem gaat. Aangaande het Hebreeuwse woord vgl. Ps. 83:14. Jes. 17:13. Ez. 10:2, enz. verwijsteksten
 
20 Uw 32weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw 33voetstappen werden niet bekend.
32 Toen Gij gingt om Uw volk te voeren door de Rode Zee en de vijanden daarin te storten. Zie Ex. 14:19, 20, 22. Neh. 9:11. Vgl. Nah. 1:3. verwijsteksten
33 Dat is, daar was geen teken van zulke passage, want de wateren keerden weder en waren als tevoren, Ex. 14:26, 28. verwijsteksten
 
21 Gij 34leiddet Uw volk dals een kudde, door de 35hand van Mozes en Aäron.
34 Als een herder, voerende haar door de woestijn naar het land Kanaän en zorg voor haar dragende, enz. Alzo Ps. 78:52. verwijsteksten
d Ps. 78:52; 80:2. verwijsteksten
35 Dat is, den dienst.

Einde Psalm 77