Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 6 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 6

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

David zeer krank zijnde, draagt God zijn ellende voor, bidt zeer vuriglijk om genade en gezondheid, en verzekerd zijnde van verhoring, triomfeert over al zijn goddeloze vijanden.
 
Eerste boetpsalm
1 EEN psalm van David, voor den 1opperzangmeester, op Neginôth, op de 2Scheminîth.
1 Zie Ps. 4 op vers 1. verwijsteksten
2 Dat is, achtste. Sommigen houden het voor een achtsnarig spel, anderen voor zekeren toon der muziek of achtste snaar, bij de musici genoemd een octaaf. Zie ook 1 Kron. 15 op vers 21. verwijsteksten
 
2 O HEERE, astraf mij niet in Uw toorn, en 3kastijd mij niet in Uw grimmigheid.
a Ps. 38:2. verwijsteksten
3 Vgl. Jer. 10 op vers 24. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen bestraffen, onderrichten, onderwijzen met woorden, maar ook dikwijls met slagen en plagen. Zie Spr. 9 op vers 7. verwijsteksten
 
3 Zijt mij genadig, HEERE, want ik ben 4verzwakt; genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt;
4 Of: flauw, amechtig geworden.
 
4 Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, 5hoe lange?
5 Versta: zult Gij Uw hulp uitstellen? Hoe lang zult Gij mij in deze ellende laten?
 
5 6Keer weder, HEERE; red mijn ziel; verlos mij om Uwer goedertierenheid wil.
6 Gij Die schijnt van mij gegaan te zijn, of mij den rug toegekeerd te hebben, omdat Gij mij nog niet verlost hebt.
 
6 Want in den dood is Uwer 7geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?
7 De zin is: De gestorvenen kunnen Gods Naam in Zijn gemeente op aarde niet grootmaken, waarin nochtans God een bijzonder welgevallen heeft, en dat David voorhad, naar zijn wijze, openlijk tot Gods eer en stichting Zijner gemeente te doen, als hij van deze krankte zou verlost zijn. Vgl. Ps. 30:10; 88:11; 115:17; 118:17. Jes. 38:18, 19, en zie wijders Job 7 op vers 8. verwijsteksten
 
7 Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den 8gansen nacht 9zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.
8 Dat is, gehele nachten over, of: allen nacht.
9 Dit zijn verbloemde manieren van spreken, dienende om de grootheid zijns lijdens en zijn gedurig en veel wenen uit te drukken.
 
8 Mijn oog is 10doorknaagd van verdriet, is 11veroud vanwege al mijn 12tegenpartijders.
10 Of: uitgeteerd, als Ps. 31:10. Vgl. Job 17:7 en de aant. aldaar. verwijsteksten
11 Dat is, versleten, heeft afgenomen, is vergaan.
12 Die lust en vermaak nemen in dit mijn lijden, en verlangen naar mijn dood.
 
9 b13Wijkt van mij, alle gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.
b Matth. 7:23; 25:41. Luk. 13:27. verwijsteksten
13 Hier en in het volgende openbaart David het geloof en vertrouwen van Gods genadige en gewisse verhoring.
 
10 De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen.
11 Al mijn vijanden zullen zeer beschaamd en verbaasd worden; zij zullen terugkeren, zij zullen in een 14ogenblik beschaamd worden.
14 Dat is, haastelijk, onvoorziens.

Einde Psalm 6