Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 53 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 53

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Zie den inhoud van dezen psalm op den veertienden psalm.
 
De dwaasheid der goddelozen
1 EEN 1onderwijzing van David, voor den 2opperzangmeester, op 3Máchalath.
1 Zie Ps. 32 op vers 1. verwijsteksten
2 Zie Ps. 4 op vers 1. verwijsteksten
3 Dit schijnt ook een naam te zijn van zeker muzikaal instrument, niet ongelijk aan de nechiloth. Zie Ps. 5 op vers 1. Vgl. Ps. 88:1. verwijsteksten
 
2 4De dwaas azegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het en zij bedrijven gruwelijk onrecht; ber is niemand die goed doet.
4 Deze psalm komt overeen met den veertiende, uitgenomen enige verandering, die het den Heiligen Geest beliefd heeft daarin te gebruiken. Zie de aantt. aldaar.
a Ps. 10:4; 14:1, enz. verwijsteksten
b Rom. 3:12. verwijsteksten
 
3 God heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, com te zien of iemand verstandig ware, die God zocht.
c Rom. 3:10. verwijsteksten
 
4 Een ieder van hen is teruggekeerd, tezamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand die goed doet, ook niet één.
5 Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.
6 Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, daar 6geen vervaardheid was; want God heeft de 7beenderen desgenen die 8u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen 9verworpen.
6 Dat is, daar zij in het minste niet dachten dat iets hen verschrikken kon, en overzulks onversaagd, stout en trots waren, of: daar geen natuurlijke oorzaak was van vervaardheid; want op God dachten zij niet, Die het hun nochtans doen zou. Vgl. Lev. 26:36. Deut. 28:65. Job 15:21. Spr. 28:1. verwijsteksten
7 Gelijk dengenen geschiedt, die in een veldslag omkomen of van wilde dieren verscheurd zijn, welker beenderen hier en daar verstrooid worden.
8 De profeet spreekt de gemeente der gelovigen aan, zichzelven insluitende.
9 Te weten uw vijanden en verdrukkers.
 
7 Och, dat Israëls 10verlossingen uit Sion kwamen! Als God de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israël zal verblijd zijn.
10 Dat is, volkomen verlossing; gelijk elders het meervoud alzo genomen wordt. Hiervoor staat Ps. 14:7 verlossing of heil, zaligheid, in het enkelvoud. verwijsteksten

Einde Psalm 53