Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 47 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 47

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Een triomfpsalm der kerk, ter ere van haar Koning Jezus Christus, in Zijn hemelvaart, afgebeeld door het opbrengen van de ark des verbonds in Sion en in den tempel; met een vermaning aan alle volken en profetie van de beroeping der heidenen.
 
God, de Koning der ganse aarde
1 EEN psalm, voor den 1opperzangmeester, onder de 2kinderen van Korach.
1 Zie Ps. 4 op vers 1. verwijsteksten
2 Zie Ps. 42 op vers 1. verwijsteksten
 
2 Alle gij volken, klapt 3in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.
3 Hebr. de palm; tot een teken van blijdschap en vrolijke toestemming. Vgl. 2 Kon. 11:12. Ps. 98:8. verwijsteksten
 
3 Want de HEERE, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de ganse aarde.
4 Hij 4brengt de volken onder ons, en de natiën onder onze voeten.
4 Of: zal de volken onder ons brengen, of aanbrengen, aanleiden, ordineren, schikken. Versta niet alleen het lichamelijke onderwerpen der heidenen te dien tijde, maar ook het geestelijke onder het Nieuwe Testament, waarvan Joh. 10:16. Hand. 2:39, enz. verwijsteksten
 
5 Hij 5verkiest voor ons onze erfenis, de 6heerlijkheid van Jakob, dien Hij 7heeft liefgehad. 8Sela.
5 Of: zal ons verkiezen. Hier kan men beide verstaan: zo het aardse Kanaän als het hemelse; het eerste bezaten zij, het tweede verwachtten zij door geloof en hoop, Hebr. 11:15, 16. verwijsteksten
6 Of: hoogheid, uitnemendheid, uitstekendheid; als daar waren het koninkrijk, priesterdom, tempel, enz., mitsgaders het geestelijk betekende heerlijke goed.
7 En uit liefde hem verkoren, of: liefheeft, verstaande door Jakob het volk Israël.
8 Zie Ps. 3 op vers 3. verwijsteksten
 
6 God 9vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.
9 Of: is opgevaren, opgeklommen, opgekomen, opgetrokken. Gelijk geschied is als de ark (op dewelke God Zijn tegenwoordigheid vertoonde, en die een voorbeeld van Christus was) van David werd opgehaald naar Sion, 2 Sam. 6:15. 1 Kron. 13:8; 15:28; en daarna van Salomo gebracht in den tempel, 2 Kronieken 5; en voorts als de Heere Christus Zelf ten hemel opvoer, Luk. 24:51, 52, om vandaar als Koning alles te regeren. Vgl. Ps. 2:6, 8, 9 en Psalm 110. verwijsteksten
 
7 Psalmzingt Gode, psalmzingt; psalmzingt onzen Koning, psalmzingt.
8 Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een 10onderwijzing.
10 Hebr. maskil. Zie Ps. 32 op vers 1. Anders: een ieder die wijs of verstandig is, gij verstandigen; insgelijks verstandiglijk, met onderling onderwijs, Kol. 3:16; of: een onderwijspsalm. verwijsteksten
 
9 God regeert over de 11heidenen; God zit op den troon Zijner heiligheid.
11 Vgl. Ps. 22:29. verwijsteksten
 
10 De 12edelen der volken zijn verzameld tot het volk van den God 13Abrahams; want de 14schilden der aarde zijn Godes; Hij is zeer verheven.
12 Of: gewilligen, vrijwilligen, die zich vanzelf aanbieden, volontairen (als men zegt), liberalen; welke naam prinsen en edelen gegeven wordt, omdat goedhartigheid en liberaliteit hun betaamt en hen versiert. Zie Job 12 op vers 21. verwijsteksten
13 Dat is, welk volk het geloof Abrahams heeft, Rom. 4:16, aan wien God beloofd had, dat in zijn zaad alle volken zouden gezegend worden, hetwelk zag op de beroeping der heidenen, waarvan hier ook gesproken wordt. Vgl. Ps. 22:28, 29, 30, 31. Ef. 2:13, 18, 19; 3:6. Of aldus: De edelen der volken zijn verzameld, te weten het volk van den God Abrahams. verwijsteksten
14 Dat is, de volkomenen, of: alle beschutting en bescherming van de mensen in het gemeen en van Zijn volk in het bijzonder, komt God alleen toe, Die de rechte Schuts- en Schermheer is. Vgl. Ps. 89:19. 1 Tim. 4:10. Dies Hij ook aller eer, lof en prijs waardig is. Ook kan men dit verstaan van magistraten en regenten op aarde, die God gesteld heeft om als schilden de gemeente te beschermen. Vgl. Hos. 4:18. De harten van dezen heeft Hij alzo in Zijn hand, dat Hij hen gewillig kan maken om zich tot de gemeenschap van Zijn kerk te begeven, als in het begin van dit vers gezegd is. verwijsteksten

Einde Psalm 47