Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 26 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 26

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

David bidt God om recht tegen zijn vijanden, betuigende voor Hem zijn oprechtheid, onschuld en godzaligheid; en zich verzekerende van verhoring, belooft Gode dankbaarheid.
 
Bede om recht
1 EEN psalm van David.
aDoe mij 1recht, HEERE, want ik wandel in mijn oprechtheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.
a Ps. 7:9. verwijsteksten
1 Tegen mijn vijanden en vervolgers; bewijs metterdaad, dat Gij mijn zaak voor rechtvaardig houdt.
 
2 2Proef mij, HEERE, en 3verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.
2 Vgl. Ps. 17 op vers 3. verwijsteksten
3 Zie Gen. 22 op vers 1. verwijsteksten
 
3 Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw 4waarheid.
4 Zie Ps. 25 op vss. 5, 10. verwijsteksten
 
4 bIk zit niet bij 5ijdele lieden, en met 6bedekte lieden 7ga ik niet om.
b Job 31:5. Ps. 1:1. verwijsteksten
5 Hebr. mannen, mensen of lieden der ijdelheid of valsheid.
6 Dat is, dubbelen, geveinsden, huichelaars, die met bedekte kwade praktijken omgaan.
7 Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Joz. 23:7. verwijsteksten
 
5 Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
6 Ik 8was mijn handen in onschuld; en ik ga rondom Uw altaar, o HEERE,
8 Hij wil zeggen, dat hij zijn uiterlijken godsdienst alzo doet, dat hij daarbij ook een heilig leven voert, waar de huichelaars het tegendeel doen. Aangaande het wassen der handen tot een teken van onschuld zie Deut. 21:6. Matth. 27:24. Sommigen verstaan het van de gewone wassing dergenen die tot het altaar kwamen (en in den tabernakel ingaande, het altaar enigszins moesten omgaan, als volgt), Ex. 40:32. Elk van beide ziet op zuivering van zonden, onschuld en onstraffelijkheid. Vgl. Jes. 1:15, 16. 1 Tim. 2:8. verwijsteksten
 
7 9Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.
9 Dat is, overluid te zingen, dat men het wel kan horen. Alzo Ps. 66:8; 106:2. Vgl. 1 Kron. 15:16. verwijsteksten
 
8 HEERE, ik heb lief de woning Uws huizes, en de plaats des tabernakels Uwer 10eer.
10 Dat is, waarin Gij Zelf, Die een God der heerlijkheid zijt, woont.
 
9 11Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de 12mannen des bloeds,
11 Hebr. Verzamel niet, dat is hier, verzamelende raap niet weg, gelijk men eerst verzamelt wat men daarna op- en wegneemt. De zin is: Breng mij niet om met de goddelozen, met welker doen ik daarenboven geen gemeenschap heb, als volgt. Alzo wordt het Hebreeuwse woord dat verzamelen betekent, gebruikt voor wegrapen, Gen. 30:23. Jes. 4:1. Jer. 8:13; 16:5, en voorts van sterven, omkomen, het leven verliezen. Zie Richt. 18 op vers 25. 1 Sam. 15:6. Jes. 57:1. Ez. 34:29. Vgl. ook Gen. 25 op vers 8. Ps. 28:3. Somtijds wordt het ook gebruikt van gunstig opnemen in huis, of onder dak of deksel nemen, innemen, aannemen. Zie Num. 12:14. Joz. 20:4. Richt. 19:15. Ps. 27:10. Jer. 47 op vers 6 en vgl. Matth. 23:37. verwijsteksten
12 Hebr. der bloeden, dat is, bloedgierigen, moorddadigen, als Ps. 5:7. Zie aldaar. verwijsteksten
 
10 13In welker handen schandelijk bedrijf is, en welker rechterhand vol geschenken is.
13 Dat is, die schelmstukken of boze arglistige praktijken onder handen hebben. Vgl. Job 11:14 met de aant. verwijsteksten
 
11 Maar ik wandel in mijn oprechtheid; verlos mij dan en zijt mij genadig.
12 Mijn voet staat op 14effen baan; ik zal den HEERE loven in de 15vergaderingen.
14 Hebr. in of op het rechte, effene, platte. Alzo wordt het Hebreeuwse woord (betekenende rechtheid of richtigheid, gesteld tegen krom, oneffen, Jes. 40:4) voor plat, vlak, effen land genomen, Deut. 3:10. Jer. 21:13. verwijsteksten
15 Hij wil zeggen, dat hij, vertrouwende op de goede uitkomst alsof zij voor ogen ware, niet alleen in het heimelijk, maar ook in het openbaar voor de gemeente, God zal danken, dat Hij hem in zovele gevaren en aanvechtingen naar ziel en lichaam bewaart, en ten aanzien van beide als op een effen en zekere baan zal hebben gesteld.

Einde Psalm 26