Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Profetie van het Koninkrijk van den Messias, onzen Heere Jezus Christus; met een ernstig bevel aan de koningen en regenten der aarde, dat zij zich dezen Koning met gehoorzaamheid zullen onderwerpen.
 
Het Rijk van den Messías
1 WAAROMa 1woeden de 2heidenen, en bedenken de volken 3ijdelheid?
a Hand. 4:25. verwijsteksten
1 Of: woelen, razen, rotten, lopen oproeriglijk tezamen. Het Hebreeuwse woord kan hebben de betekenis van bijeenkomen, samenkomsten houden, en ook woelen, rumoerig, oproerig zijn, als afgeleid wordt uit Ps. 55:15; 64:3. Dan. 6:7. verwijsteksten
2 Of: natiën, zo Joden als heidenen. Zie Hand. 4:27. verwijsteksten
3 Vergeefse aanslagen, waarmede zij den raad Gods niet kunnen breken, en zichzelven in gevaar van verderf brengen.
 
2 De koningen der aarde stellen zich op, en de 4vorsten beraadslagen tezamen, tegen den HEERE en tegen Zijn 5Gezalfde, zeggende:
4 Of: raadsheren.
5 Of: Messias, te weten den Heere Christus, dat is, den Gezalfde, Wiens voorbeeld David met zijn zalving en koninkrijk geweest is.
 
3 Laat ons 6Hun banden 7verscheuren en Hun touwen van ons werpen.
6 Te weten van God en Zijn Gezalfde, mitsgaders van Hun dienaars, waarmede zij ons onder het juk van Christus en de gehoorzaamheid Zijns Evangelies willen verbinden. Vgl. 2 Kor. 10:5. Banden waren een teken van onderwerping of dienstbaarheid. Zie Ps. 107:14. Jer. 2:20; 27:2, 3, 5, 6. verwijsteksten
7 Of: aftrekken, afrukken; alzo Jer. 5:5. verwijsteksten
 
4 Die in den hemel 8woont, zal 9lachen; de Heere zal hen bespotten.
8 Of: zit, als Richter. Zie Ps. 9:8, 9; 29:10; 55:20. verwijsteksten
9 Menselijk van God gesproken, om te verklaren hoe nietig de raadslagen en het gewoel der vijanden van Christus bij God geacht zijn. Zie Job 5 op vers 22. verwijsteksten
 
5 10Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn 11grimmigheid zal Hij hen verschrikken.
10 Als zij hun raadslagen tegen Christus tewerkstellen, zal Hij hun Zijn toorn alzo door plagen te verstaan geven en doen gevoelen, alsof Hij telkens tot hen zeide, dat Hij zwaarlijk op hen vertoornd is.
11 Of: brandenden toorn.
 
6 12Ik toch heb Mijn Koning 13gezalfd over Sion, den 14berg Mijner heiligheid.
12 Dit zijn de woorden Gods des Vaders, van Zijn Zoon Jezus Christus.
13 Hebr. eigenlijk: overgoten, te weten met olie, dat is, gezalfd.
14 Dat is, Mijn heiligen berg, of: waar Ik (Die de Heiligheid Zelve ben) woon; te weten Mijn kerk, afgebeeld door den berg Sion, waar de ark des Heeren en Davids koninklijk slot geweest zijn, en naderhand daarbezijden op den berg Moria de tempel met den godsdienst. Zie Jes. 60:14. Hebr. 12:22. Openb. 14:1. verwijsteksten
 
7 15Ik zal 16van het 17besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: bGij zijt Mijn Zoon, 18heden heb Ik U gegenereerd.
15 Dit zijn woorden van Gods Zoon.
16 Het Hebreeuwse woordje el wordt somtijds voor van genomen. Zie Job 42 op vers 7. Alsof men zeide: Aangaande dit of dat; dat is, van deze of die zaak. Zie ook Ps. 59 op vers 18. Anders: Ik zal het besluit, of gebod of naar het gebod (te weten Mij van den Vader gegeven), verhalen of vertellen. verwijsteksten
17 Of: inzetting, ordinantie, die de Vader gemaakt heeft over Mij, als Zijn enigen eeuwigen Zoon; gelijk terstond in het volgende verhaald wordt; als een fundament, waarop God Hem tot een Hoofd en Heere over Zijn kerk gesteld heeft. Zie van dit besluit vss. 6, 8, enz. Vgl. Filipp. 2:6, 9, enz. Kol. 1:15, 16, 17, 18. verwijsteksten
b Hand. 13:33. Hebr. 1:5; 5:5. verwijsteksten
18 Dit moet men verstaan van de eeuwige, onbegrijpelijke, Goddelijke geboorte des Zoons van den Vader. Zie Hebr. 1:5. Van dewelke de waarheid op verscheidene wijzen in het Oude en inzonderheid in het Nieuwe Testament is geopenbaard, bijzonderlijk door de opstanding uit de doden. Zie Hand. 13:32, 33. Rom. 1:4. verwijsteksten
 
8 19Eis van Mij, cen Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de 20einden der aarde tot Uw bezitting.
19 Zie Joh. 12:28; 17. Hebr. 5:7, 9. verwijsteksten
c Ps. 22:28; 72:8. verwijsteksten
20 Dat is, niet alleen de Joden, maar ook alle inwoners des aardrijks zullen Uw Koninkrijk onderworpen zijn; waarvan Gij de gelovigen zult behouden, de hardnekkigen behandelen als volgt. Aangaande de manier van spreken hier gebruikt, vgl. Lev. 25:46. Jes. 14:2. Zef. 2:9. verwijsteksten
 
9 dGij zult hen verpletteren met een ijzeren 21scepter, Gij zult hen 22in stukken slaan als een 23pottenbakkersvat.
d Openb. 2:27; 19:15. verwijsteksten
21 Of: staf, dat is, met Uw Goddelijke macht en rechtvaardige oordelen zult Gij de ongehoorzamen en wederspannigen verdoen.
22 Alzo dat de stukken hier en daar verstrooid worden. Zie Richt. 7 op vers 19, en vgl. Jes. 30:14. Jer. 13:13, enz. verwijsteksten
23 Hebr. van een formeerder, dat is, pottenbakker.
 
10 Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u 24tuchtigen, gij rechters der aarde.
24 Of: onderwijzen, onderrichten. Zie van het Hebreeuwse woord Spr. 7 op vers 22. verwijsteksten
 
11 Dient den HEERE met 25vreze, en 26verheugt u met beving.
25 Met kinderlijke vreze, erende en ontziende den Heere, gelijk goede kinderen hun goeden vader doen.
26 Over de grote zaligheid, die u van den groten en zeer genadigen God, tegen al uw verdiensten, wordt voorgedragen, om door geloof te genieten in Zijn eniggeboren Zoon, Wiens verachters schrikkelijk zullen omkomen. Vgl. Hos. 11:10, 11. Filipp. 2:12. verwijsteksten
 
12 27Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den 28weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar 29een weinig zou ontbranden. eWelgelukzalig zijn allen die op Hem betrouwen.
27 Dat is, eert Hem als Mijn eeuwigen Zoon, en neemt Hem voor uw Koning aan, gelooft in Hem, weest Hem onderdanig. Vgl. Gen. 41 op vers 40. 1 Sam. 10:1. verwijsteksten
28 Of: onderweg, dat is, in het midden van uw gewoel en ongehoorzaamheid.
29 Of: haastelijk, een korten tijd. Zie 2 Kron. 12:7. Ps. 81:15. Jes. 26:20. Anders: want Zijn toorn zal in kort ontbranden. verwijsteksten
e Ps. 34:9. Spr. 16:20. Jes. 30:18. Jer. 17:7. Rom. 9:33; 10:11. 1 Petr. 2:6. verwijsteksten

Einde Psalm 2