Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 15 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 15

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

David beschrijft een rechten burger van Sion of lidmaat van Gods kerk, die niet zal verloren gaan in eeuwigheid.
 
De ware burgers van Sion
1 EEN psalm van David.
HEERE, wie zal verkeren in Uw 1tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid?
1 Versta Gods huis, of Zijn kerk, zo strijdende op aarde, als in den hemel triomferende, afgebeeld door den tabernakel en den berg Sion. Zie Ps. 2 op vers 6. verwijsteksten
 
2 aDie 2oprecht wandelt en gerechtigheid werkt, en die 3met zijn hart de waarheid spreekt;
a Ps. 24:4. Jes. 33:15. verwijsteksten
2 Zie Gen. 6 op vers 9. verwijsteksten
3 Dat is, van harte, als wij gemeenlijk zeggen. Anders: die de waarheid spreekt in zijn hart; dat is, niet dan vroomheid en getrouwheid bij zichzelven denkt en voorneemt. Vgl. Ps. 10 op vers 6. verwijsteksten
 
3 Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezel geen kwaad doet, en geen smaadrede 4opneemt tegen zijn naaste;
4 Versta in den mond, of op de lippen. Vgl. Ps. 16:4. Dit kan men verstaan zo van eerst uit te geven, als van het aannemen en verspreiden der lasteringen die door anderen zijn uitgestrooid. Zie Ex. 20:7. Ps. 50:16, en wijders Ex. 23:1. Lev. 19:16. Ps. 69:8. Ez. 36:15. verwijsteksten
 
4 In wiens ogen de 5verworpene veracht is, maar hij eert degenen die den HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn 6schade, evenwel verandert hij niet;
5 Die vanwege zijn goddelozen wandel met recht van alle vromen verworpen wordt.
6 Hebr. eigenlijk: tot kwaad, of tot kwaad doen, dat is, waardoor hij zichzelven zou beschadigen. De zin is: Al merkt hij dat zijn gedane eed hem schadelijk zal zijn, zo wederroept hij dien nochtans niet, liever willende schade lijden dan een rechtmatigen eed, bij God gedaan, verbreken. Anders: heeft hij zijn naaste gezworen, zo verandert hij niet.
 
5 Die zijn geld niet geeft op 7woeker en geen geschenk neemt tegen den onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet 8wankelen in eeuwigheid.
7 Zie Lev. 25 op vers 36. verwijsteksten
8 Of: vervallen, verschoven, verzet, verstoten worden, te weten uit den stand der gelukzaligheid; dat is, hij zal in eeuwigheid niet verloren gaan, als de Heere Christus spreekt Joh. 10:28. Vgl. Ps. 10:6; 16:8; 21:8; 55:23; 62:3, vergeleken met vers 7 aldaar; 66:9. Spr. 10:25, enz. verwijsteksten

Einde Psalm 15