Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 147 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 147

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De profeet vermaant het volk om Gods Naam groot te maken vanwege Zijn zorg over Zijn kerk, Zijn wijsheid, macht, genade en regering over alles tot Zijns Naams lof en der gelovigen zaligheid.
 
God zorgt voor Zijn volk
1 LOOFT den HEERE, want onzen God te psalmzingen 1is goed, 2dewijl Hij lieflijk is; a3de lof is betamelijk.
1 Dat is, het staat of betaamt den kinderen Gods wel.
2 Anders: want het is lieflijk.
a Ps. 33:1. verwijsteksten
3 Hij wil zeggen: Het betaamt den kinderen Gods den Heere te loven. Of: de lof des Heeren is in zichzelven een schone zaak.
 
2 4De HEERE bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israëls 5verdrevenen.
4 Dat is, God is de eerste Auteur, Fundamentlegger, Opbouwer, Behoeder en Bewaarder der kerk.
5 Of: verstrooiden. Zie Jak. 1:1. 1 Petr. 1:1. Vgl. Deut. 30:3, 4. Jes. 11:12; 56:8. Joh. 11:52. verwijsteksten
 
3 6Hij geneest de gebrokenen van hart, en 7Hij bverbindt hen in hun smarten.
6 Zie de aantt. Ps. 30 op vers 3; 34 op vers 19; 51:19. verwijsteksten
7 Dat is, Hij geneest hun wonden, als Luk. 4:18, vergeleken met Jes. 61:1 en met Ez. 34:16. verwijsteksten
b Ex. 15:26. Job 5:18. verwijsteksten
 
4 cHij telt het getal der sterren; 8Hij noemt ze alle bij namen.
c Jes. 40:26. verwijsteksten
8 Of: Hij roept die alle bij namen.
 
5 Onze Heere is groot en 9van veel kracht; 10Zijns verstands is geen getal.
9 Hebr. veelvoudig, of: groot van kracht.
10 Dat is, het is onmogelijk te begrijpen of uit te spreken, hoe groot en menigvuldig Zijn verstand en Zijn wijsheid is. Zie Jes. 40:28. verwijsteksten
 
6 De HEERE houdt 11de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij tot de aarde toe.
11 Zie de aant. Ps. 10 op vers 17. verwijsteksten
 
7 12Zingt den HEERE bij beurten met dankzegging, psalmzingt onzen God op de harp.
12 Hebr. Antwoordt den Heere, dat is, zingt den Heere, als de een den ander antwoord gevende. Zie Ex. 15:21; 32:18. verwijsteksten
 
8 13dDie de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt; eDie 14het gras op de bergen doet uitspruiten;
13 Als ten tijde van den profeet Elia geschied is, 1 Kon. 18:45. verwijsteksten
d Hos. 2:20, 21. verwijsteksten
e Job 38:26, 27. Ps. 104:14. verwijsteksten
14 Van het woordje gras zie de aant. 1 Kon. 18 op vers 5. verwijsteksten
 
9 Die het vee 15zijn voeder geeft, aan de 16jonge raven als zij roepen.
15 Hebr. zijn brood.
16 Hebr. de zonen der raaf. Zie de aantt. Job 39 op vers 3. verwijsteksten
 
10 Hij heeft geen lust aan de sterkte 17des paards, Hij heeft geen welgevallen 17aan de benen des mans.
17 . 17 Onder den naam des paards en der benen des mans vervat hij allerlei menselijke behulpselen, ook vastigheden en sterkten der steden; dewelke wel God de Heere niet geheel verwerpt (want het zijn gaven van Zijn milde hand herkomstig), maar dat berispt hier de psalmist dat de mensen hun vertrouwen daarop zetten. Zie Deut. 7:7; 9:4. verwijsteksten
 
11 De HEERE heeft een welgevallen aan hen die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
12 O 18Jeruzalem, roem den HEERE; o 18Sion, loof uw God.
18 . 18 Versta hier de inwoners der stad van Jeruzalem, die aan den berg Sion gebouwd was.
 
13 Want 19Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.
19 Dat is, Hij beschut en beschermt de stad in dewelke gij woont, en Hij bewaart haar voor alle geweld en aanslagen des vijands. Dit was een teken van Gods gunst en liefde tot Zijn volk van Israël, alsook een teken van Sions vastigheid en sterkte. Zie het tegendeel hiervan Ps. 107:16. Jes. 45:2. Jer. 51:30. Klgld. 2:9. Amos 1:5. verwijsteksten
 
14 20Die uw landpalen in vrede stelt; Hij verzadigt u met 21het vette der tarwe.
20 Dat is, het is de Heere, Die u vrede geeft aan alle hoeken en einden uws lands. Zie Jes. 60:18. verwijsteksten
21 Vgl. Deut. 32:14 en de aant. Ps. 81 op vers 17. verwijsteksten
 
15 Hij zendt 22Zijn bevel op aarde; 23Zijn fwoord loopt zeer snel.
22 Hebr. Zijn rede, of: Zijn zeggen, Zijn woord, dat is, Zijn bevel. Versta hier die heimelijke en inwendige kracht die God de aarde en bomen geeft om vruchten voort te brengen, elken boom en gewas naar zijn aard.
23 Zo haast als Gods bevel of woord uitgaat, terstond gehoorzamen Hem alle schepselen der wereld.
f Ps. 33:9. verwijsteksten
 
16 24Hij geeft sneeuw als wol, Hij strooit den rijm als as.
24 De sneeuw en de wol zijn elkander gelijk in kleur, lichtheid en gedaante.
 
17 Hij werpt 25Zijn ijs heen als stukken; 26wie zou bestaan voor Zijn koude?
25 Versta hierbij den hagel, of de vervroren hagelstenen.
26 Alsof hij zeide: Als het God belieft, Hij zendt zulk een gestrenge koude, dat geen creatuur dezelve verdragen kan.
 
18 27Hij zendt Zijn woord, en doet 28ze smelten; Hij doet 29Zijn wind waaien, 30de wateren vloeien heen.
27 Zie vers 15. verwijsteksten
28 Te weten den vorst en het ijs of de stukken ijs.
29 Te weten een warmen wind, die kracht heeft om het ijs te doen smelten.
30 Te weten die wateren die even tevoren ijs waren.
 
19 31Hij maakt 32Jakob Zijn woorden bekend, 32Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
31 De zin is: Een ieder kan uit de bovenverhaalde werken wel afleiden hoe groot de macht Gods is; maar Hij doet Zijn kerk nog veel grotere genade, haar gevende Zijn wet en heilige geboden, om haar leven naar dezelve aan te stellen.
32 . 32 Deze beide woorden betekenen het Joodse volk.
 
20 33Alzo gheeft Hij geen volk gedaan; 34en Zijn rechten, die kennen zij niet. 35Hallelujah.
33 Anders: Alzo heeft Hij geen heidenen gedaan. Hebr. allen volk of allen heidenen niet, enz. In dusdanige manieren van spreken wordt alle niet meermaals gebruikt voor geen, als Ps. 103:2; 143:2. verwijsteksten
g Hand. 14:16. verwijsteksten
34 Anders: daarom kennen zij Zijn rechten niet.
35 Met dit woord begint en eindigt deze psalm, gelijk ook doen de psalmen 146; 148; 149; 150.

Einde Psalm 147