Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 129 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 129

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De verdrukkingen Israëls of der gemeente Gods zijn menigerlei, maar God helpt hen uit die alle, en hun vijanden zullen vergaan.
 
Door vele verdrukkingen
1 EEN1 lied Hammaäloth.
2Zij hebben mij dikwijls benauwd 3van mijn jeugd af, zegge nu 4Israël;
1 Zie Ps. 120:1. verwijsteksten
2 Te weten mijn vijanden.
3 Dat is, van dien tijd af toen ik in Egypte van een klein hoopje volk tot een grote menigte gewassen ben; of van dien tijd af toen God met Abraham, ons aller vader, een verbond gemaakt heeft. Men kan het ook van Jakob verstaan, die van Ezau is vervolgd geweest van zijn jeugd af.
4 Dat is, het volk van Israël, de gemeente Gods, als Ps. 128:6. verwijsteksten
 
2 Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.
3 5Ploegers 6hebben op mijn rug geploegd, zij hebben hun 7voren lang getogen.
5 Versta hier door de ploegers de zaaiers der ongerechtigheid, als Job 4:8. verwijsteksten
6 De zin is: Gelijk een land met den ploeg wordt doorsneden, alzo hebben de boze mensen mij gepijnigd en gemarteld. Vgl. Jes. 51:23. verwijsteksten
7 Of: vore; in het Hebreeuws is het een en het ander. En versta door de voren der goddelozen hun lasteringen en wrevelmoedigheid, die lang geduurd heeft.
 
4 De HEERE, Die rechtvaardig is, 8heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
8 Versta door de touwen der bozen hun raadslagen en aanslagen, samenspannende om den ploeg der ongerechtigheid te trekken. Zie Jes. 5:18. Dat is, de Heere heeft ons uit hun macht verlost en het juk der dienstbaarheid verscheurd. verwijsteksten
 
5 9Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen die 10Sion haten.
9 Dat is, laat de hoop der vijanden van ons te verdelgen, geen voortgang hebben. Anders: Zij zullen, enz. En alzo in het volgende vers.
10 Dat is, het volk Gods, hetwelk te Sion samenkomt om God te dienen.
 
6 aLaat hen worden als 11gras op de 12daken, hetwelk verdort 13eer men het uittrekt;
a Job 8:12; 40:10. verwijsteksten
11 Zie 1 Kon. 18 op vers 5. verwijsteksten
12 In het land Kanaän waren de daken der huizen boven plat, waarop gras wies tussen de reten of samenvoegingen der stenen en aan de kanten.
13 Anders: eer men de sikkel trekt, te weten om het gras af te maaien.
 
7 14Waarmede de maaier zijn 15hand niet vult, noch de garvenbinder zijn 16arm;
14 Hij wil zeggen, dat de goddelozen tot hun volkomen wasdom of ouderdom niet komen; of dat zij tot het uitvoeren van hun boze aanslagen niet kunnen geraken.
15 Hebr. palm.
16 Of: schoot.
 
8 En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij 17bij u; 18wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.
17 Of: over of op u.
18 Dat is, wij wensen u den zegen des Heeren, dat is, alle heil en welstand. Alzo plachten de voorbijgangers de maaiers en anderen die in het veld arbeidden, te groeten. Sommigen nemen deze laatste woorden als een antwoord dergenen die gezegend werden. Vgl. Ruth 2:4. Ps. 118:26 met de aant. verwijsteksten

Einde Psalm 129