Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 116 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 116

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De profeet verklaart zijn liefde tot God vanwege de grote en menigvuldige genaden en weldaden hem bewezen door hem te verlossen uit dodelijke benauwdheden, biddende om voortaan te mogen behouden worden, met belofte God den Heere daarvoor te zullen prijzen.
 
Verlossing uit dodelijke benauwdheden
1 IK1 heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen.
1 Te weten den HEERE.
 
2 Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem 2in mijn dagen aanroepen.
2 Dat is, dewijl ik in het leven ben; of: al de dagen mijns levens of lijdens. Vgl. Ps. 137:7. verwijsteksten
 
3 3De abanden 4des doods hadden mij omvangen, en 5de angsten der hel hadden mij 6getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.
3 Anders: De smarten.
a 2 Sam. 22:5, 6. verwijsteksten
4 Dat is, die zo groot waren als de dood zelf; te weten, als Saul met zijn machtig leger mij naderde, 1 Sam. 23:26. verwijsteksten
5 Dat is, die zo groot waren dat zij wel lichtelijk oorzaken van mijn dood zouden geweest zijn en mij in het graf zouden gebracht hebben.
6 Hebr. gevonden.
 
4 Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE, bevrijd 7mijn ziel.
7 Dat is, mijn leven.
 
5 De HEERE is genadig en 8rechtvaardig; en onze God is ontfermende.
8 En derhalve kan Hij niet lijden dat de Zijnen onrechtvaardiglijk onderdrukt worden.
 
6 De HEERE bewaart 9de eenvoudigen; ik was 10uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost.
9 Die zich niet verlaten op hun eigen kloekheid, maar op den Heere, wandelende oprechtelijk in Zijn wegen.
10 Of: uitgemergeld, dun geworden, dat is, mijn verderf was zeer nabij.
 
7 Mijn ziel, keer weder tot uw rust, want de bHEERE heeft aan u 11welgedaan.
b Ps. 13:6. verwijsteksten
11 Te weten mij verlossende uit de hand van Saul.
 
8 Want Gij, HEERE, hebt 12mijn ziel gered van den dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot.
12 Dat is, mij.
 
9 Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen 13der levenden.
13 Dat is, dergenen die op aarde leven, of die nog in deze wereld leven en wandelen, als Psalm 27. Zie aldaar de aant. op vers 13 en Ps. 56 op vers 14. verwijsteksten
 
10 14Ik cheb geloofd, 15daarom 16sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest.
14 Te weten dat de HEERE mij verlossen zou.
c 2 Kor. 4:13. verwijsteksten
15 In deze betekenis wordt het Hebreeuwse woord ook genomen Jer. 29:16. verwijsteksten
16 Te weten hetgeen het geloof mij ingaf in mijn grootste zwarigheden. Anders: als ik zulks sprak, hoewel ik zeer bedrukt was. Anders: ik sprak, nochtans was ik zeer bedrukt.
 
11 Ik zeide 17in mijn haasten: 18Alle dmensen zijn leugenaars.
17 De zin is: Wanneer ik mij door het zware lijden haastte om te ontvluchten; of (als anderen het verstaan) haastige woorden mij liet ontvallen. Zie Ps. 31 op vers 23. verwijsteksten
18 Te weten allen tezamen en elkeen in het bijzonder, zodat men op geen mensen betrouwen kan, maar op den waren God alleen. Sommigen menen dat David uit menselijke zwakheid, naar de onwaarschijnlijkheid der zaak, getwijfeld heeft of hij ook te eniger tijd tot het beloofde koninkrijk zou komen.
d Rom. 3:4. verwijsteksten
 
12 19Wat zal ik den HEERE 20vergelden voor al Zijn weldaden, aan mij bewezen?
19 Anders: Hoe.
20 Anders: vergelden? Al Zijn weldaden zijn boven mij, dat is, boven mijn vermogen om te vergelden. Zie 1 Thess. 3:9. Anders: zijn op mij, dat is, ik ben overladen vanwege al de weldaden die God de Heere mij eertijds menigmaal gedaan heeft en nog dagelijks doet. verwijsteksten
 
13 Ik zal den beker 21der verlossingen opnemen, en den Naam des HEEREN aanroepen.
21 Of: des menigvuldigen heils. Alsof de profeet zeide: Ik zal den Heere openlijk danken vanwege al de verlossingen die Hij mij gedaan heeft. Hij ziet op de wijze en gewoonte die bij de dankoffers gehouden werd, als men na gedane offerande een heiligen maaltijd hield, in denwelken zij zich in den HEERE verheugden vanwege de ontvangen weldaden, Hem daarvoor dankende; en tot een teken van zulke vreugd en dankbaarheid, alsook van de broederlijke liefde en enigheid tussen degenen die zulk een maaltijd genoten hadden, namen zij een beker met wijn en dronken allen uit denzelven. Zie 1 Kron. 16:2, 3. verwijsteksten
 
14 22Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, 23in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
22 Die ik gedaan heb toen ik in groot gevaar des doods was, Saul met zijn heirlegers mij steeds vervolgende.
23 Zie 1 Kron. 16:1, 2, 3. verwijsteksten
 
15 24Kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner 25gunstgenoten.
24 Dat is, God zal den dood Zijner uitverkorenen niet geringachten noch ongewroken laten. Zie Ps. 72:14. verwijsteksten
25 Zie de aant. Ps. 4 op vers 4. verwijsteksten
 
16 Och HEERE, 26zekerlijk ik ben Uw knecht, ik ben Uw knecht, 27een zoon Uwer dienstmaagd; Gij hebt 28mijn banden 29losgemaakt.
26 Alsof hij zeide: Dewijl ik U zo getrouwelijk dien, zo wil toch steeds doen blijken dat mijn leven kostelijk is in Uw ogen.
27 Zie Ps. 86:16. verwijsteksten
28 Toen ik van Saul omringd en genoegzaam besloten was in zijn handen en als gevangen.
29 Doordien Gij Saul deedt terugkeren, doordien hem de Filistijnen in het land gevallen waren, 1 Sam. 23:27. verwijsteksten
 
17 Ik zal U offeren 30een offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
30 Of: een lofoffer, als Ps. 50:14. verwijsteksten
 
18 31Ik zal mijn geloften den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk,
31 Zie de aant. op vers 14. Ps. 61 op vers 6. verwijsteksten
 
19 In 32de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem. Hallelujah.
32 Versta hier de tent in dewelke David de ark des verbonds gezet had. Zie 1 Kron. 16:1. verwijsteksten

Einde Psalm 116