Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 114 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 114

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De psalmist sprekende van de verlossing der Israëlieten uit Egypte, vermaant alle creaturen God te loven, en alle mensen, door derzelver voorbeeld.
 
De uittocht uit Egypte
1 TOENa 1Israël uit Egypte toog, 2het huis Jakobs van een volk dat 3een vreemde taal had,
a Ex. 13:3. verwijsteksten
1 Dat is, het volk van Israël, de Israëlieten.
2 Dat is, het geslacht, de nakomelingen.
3 Of: onbekende, zeldzame spraak, verstaande daarbij de spraak der Egyptenaars. Het woord dat hier in den Hebreeuwsen tekst staat, wordt nergens anders dan hier gevonden. De apostel noemt 1 Kor. 14:11 een barbaar, die een vreemde, onbekende spraak gebruikt. verwijsteksten
 
2 Zo werd 4Juda 5tot Zijn heiligdom, 6Israël Zijn 7volkomen heerschappij.
4 Versta onder Juda al het volk van Israël.
5 Te weten tot des Heeren heiligdom; dat is, de Heere heiligde Zich het volk van Israël toe, om Zijn bijzonder volk te wezen, waarover Hij Heere en Koning was. Zie Ex. 6:6; 19:6. verwijsteksten
6 Dat is, het volk van Israël.
7 Hebr. Zijn heerschappijen. God was tevoren wel Heere over Israël, als over Zijn eigen volk; maar in het uitvoeren van hetzelve uit Egypte heeft Hij het allerklaarlijkst doen blijken, en Hij heeft dat volk daardoor vaster aan Zich verbonden. Zie Ex. 6:6; 20:2. verwijsteksten
 
3 De 8zee zag het en vlood, 9de Jordaan keerde achterwaarts.
8 Versta hier de Rode Zee, door dewelke de Israëlieten droogvoets getogen zijn, Ex. 14:21. Ps. 77:17; 78:13. verwijsteksten
9 . 9 Zie Joz. 3:16. verwijsteksten
 
4 De 10bergen sprongen als rammen, de heuvelen 11als lammeren.
10 . 10 Versta hier de bergen Sinaï, Horeb en andere in de woestijn, die gesidderd en gebeefd en zich bewogen hebben vanwege de tegenwoordigheid Gods, als Hij Zijn wet gaf, Ex. 19:18. Ps. 68:9. Hab. 3:6, 10. verwijsteksten
11 . 11 Hebr. als zonen der schapen of geiten, dat zijn lammeren. Zie ook Ps. 29:6. verwijsteksten
 
5 Wat was u, gij zee, dat gij vloodt? Gij 9Jordaan, dat gij achterwaarts keerdet?
6 10Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? Gij heuvelen 11als lammeren?
7 12Beef, gij aarde, voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;
12 Hij wil zeggen: Gelijk gij destijds voor Hem hebt gebeefd, alzo zult gij ook voortaan voor Hem beven, want men is Hem vreze schuldig, Mal. 1:6. verwijsteksten
 
8 13Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.
13 Dat is, Die uit den rotssteen een watervloed heeft doen vloeien. Zie Ex. 17:6. Num. 20:11. verwijsteksten

Einde Psalm 114