Statenvertaling.nl

sample header image

Job 28 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Job 28

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Alleen bij God is wijsheid
1 GEWISSELIJK, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.
2 Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.
3 Het einde dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.
4 Breekt er een beek door, bij dengene die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput en gaan weg.
5 Uit de aarde komt het brood voort, en onder haar wordt zij veranderd alsof zij vuur ware.
6 Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.
7 De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.
8 De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heen gegaan.
9 Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.
10 In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.
11 Hij bindt de rivieren toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht.
12 Maar de wijsheid, vanwaar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?
13 De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.
14 aDe afgrond zegt: Zij is in mij niet. En de zee zegt: Zij is niet bij mij. a Job 28:22. verwijsteksten
15 bHet gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen. b Spr. 3:14; 8:11, 19; 16:16. verwijsteksten
16 Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken schoham of den saffier.
17 Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.
18 De ramoth en gabisch zal niet gedacht worden, want de trek der wijsheid is meerder dan der robijnen.
19 Men kan den topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen, en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.
20 cDe wijsheid dan, vanwaar komt zij, en waar is de plaats des verstands? c Job 28:12. verwijsteksten
21 Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen.
22 dHet verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord. d Job 28:14. verwijsteksten
23 God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.
24 Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.
25 Als Hij den wind het gewicht maakte, en ede wateren opwoog in mate; e Spr. 8:29. verwijsteksten
26 Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen,
27 Toen zag Hij haar en vertelde haar; Hij schikte haar en ook doorzocht Hij haar.
28 Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, fde vreze des Heeren is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand. f Ps. 111:10. Spr. 1:7; 9:10. verwijsteksten

Einde Job 28