Statenvertaling.nl

sample header image

Job 18 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Job 18

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Bildad verhaalt het lot der goddelozen
1 TOEN antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2 Hoe lang is het dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken.
3 Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?
4 aO gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn, zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats? a Job 13:14. verwijsteksten
5 Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.
6 Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.
7 De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.
8 Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.
9 De strik zal hem bij de verzene vatten, bde struikrover zal hem overweldigen. b Job 5:5. verwijsteksten
10 Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.
11 cDe beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten. c Job 15:21. Jer. 6:25; 46:5; 49:29. verwijsteksten
12 Zijn macht dzal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde. d Job 15:23. verwijsteksten
13 De eerstgeborene des doods zal de grendelen van zijn huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.
14 eZijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen. e Job 8:13, 14; 11:20. Spr. 10:28. verwijsteksten
15 Zij zal wonen in zijn tent, daar zij zijne niet is; zijn woning zal met zwavel overstrooid worden.
16 Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.
17 fZijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straat. f Ps. 109:13. Spr. 10:7. verwijsteksten
18 Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.
19 gHij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk, en niemand zal in zijn woningen overig zijn. g Jes. 14:22. Jer. 22:30. verwijsteksten
20 Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.
21 Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.

Einde Job 18