Statenvertaling.nl

sample header image

2 Kronieken 3 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

2 Kronieken 3

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De plaats waar, en de tijd wanneer de tempel gebouwd is, vs. 1, enz. De maat en het sieraad daarvan, 3. De cherubs, 11. De voorhang en de pilaren, 14.
 
Sálomo bouwt den tempel
1 EN Sálomo begon het huis des HEEREN te bouwen te Jeruzalem op den berg 1Moría, die azijn vader David 2gewezen was, in de plaats die David toebereid had op den dorsvloer van 3Ornan, den Jebusiet.1 Dat is, den berg des gezichts, op denwelken Abraham wat minder dan negenhonderd jaren tevoren was bevolen geweest zijn zoon Izak te offeren. Van de reden en den oorsprong dezer benaming zie Gen. 22:2, 8, 14 en de aantt. daarop. verwijsteksten
a 1 Kron. 21:24, 26. verwijsteksten
2 Namelijk van den profeet Gad, 2 Sam. 24:18. 1 Kron. 21:18, enz. Anders: waar de HEERE zijn vader David verschenen was, te weten door het vuur hetwelk uit den hemel gevallen was op het altaar en het offer, waarvan te zien is 1 Kron. 21:26. verwijsteksten
3 Van denwelken David deze plaats gekocht had om den tempel daarop te bouwen, 2 Sam. 24:24. 1 Kron. 21:24, 25. verwijsteksten
2 Hij bbegon nu te bouwen in de 4tweede maand, op den tweeden dag, in het vierde jaar zijns koninkrijks.b 1 Kon. 6:1. verwijsteksten
4 Genaamd Ziv. Zie van deze maand 1 Kon. 6 op vers 1. verwijsteksten
3 En deze zijn 5de grondleggingen van Sálomo om het huis Gods te bouwen: de lengte in ellen naar de 6eerste maat was zestig ellen, en de breedte twintig ellen.5 Dat is, naar dewelke Salomo den grond des tempels gelegd heeft.
6 Deze verstaan sommigen van de maat die in heilige gebouwen gebruikt wordt; anderen van de maat des tempels, die David zijn zoon Salomo in geschrift nagelaten had. Enigen, omdat de maten somtijds door langheid des tijds veranderd worden, menen de eerste maat te zijn, die ten tijde van Mozes in gebruik was. Sommigen ook verstaan de eerste maat van de eerste delineatie of afmeting van den grond des tempels, te weten van zijn lengte en breedte zonder de onderscheiding der delen en de aanbouwing dier voorhoven en kamers, die daarna eerst beschreven en gemaakt zijn. Hier wordt geen gewag gemaakt van de hoogte, omdat hier alleen van den grond gesproken wordt. Zie van de hoogte 1 Kon. 6:2. verwijsteksten
4 7En het voorhuis hetwelk 8vooraan was, was in 9de lengte, naar de breedte van het huis, twintig ellen en 10de hoogte honderd en twintig; hetwelk hij van binnen overtrok met louter goud.7 Anders: En het voorhuis dat vóór aan de lengte was, was, enz.
8 Te weten van het huis des Heeren. Zie 1 Kon. 6 op vers 3. verwijsteksten
9 Dat is, het was zo lang als de tempel breed was.
10 Van de breedte, die tien ellen was, zie 1 Kon. 6:3. verwijsteksten
5 Het 11grote huis nu 12overdekte hij met dennenhout, daarna overtoog hij dat met goed goud; en hij maakte daarop palmen en 13ketenwerk.11 Dat is, het voorste deel des tempels, genaamd het heilige; dat hier groot gezegd wordt ten aanzien van het heilige der heiligen. Zie 1 Kon. 6 op vers 17. verwijsteksten
12 Te weten den vloer daarvan; maar de wanden werden met cederhout beschoten, 1 Kon. 6:15. verwijsteksten
13 Hebr. ketenen.
6 Hij overtoog ook 14het huis met 15kostelijke stenen tot versiering; het goud nu was goud van 16Parváïm.14 Te weten het overige van den vloer des tempels, dat met dennenhout nog niet overdekt was.
15 Als marmer, of enig ander gesteente, bekwaam om plaveisel te maken.
16 Van Havila, zo men meent, alwaar het goud zeer kostelijk was, Gen. 2:12, hetwelk David gekregen had van den roof der koningen die daaromtrent woonden, en weggelegd had tot de bouwing des tempels, en ook genoemd wordt gesloten goud, 1 Kon. 6:20; zie aldaar de aant. Anderen verstaan dit goud van het goud uit Ofir, of Peru. verwijsteksten
7 Daartoe overdekte hij aan het huis de balken, de posten, en de wanden daarvan, en de deuren daarvan met goud; en hij graveerde cherubs aan de wanden.
8 Verder maakte hij het huis van 17het heilige der heiligen, welks lengte, naar de breedte van het 18huis, was twintig ellen, en de breedte daarvan twintig ellen; en hij overtoog dat met goed goud, tot zeshonderd 19talenten.17 Hebr. heiligheid der heiligheden, dat is, het allerheiligste des tempels, hetwelk was deszelfs achterste en binnenste deel; alwaar de ark des verbonds en de cherubs stonden; anders genoemd de aanspraakplaats, omdat God daar sprak en antwoord gaf, 1 Kon. 6:5, 19, 20. verwijsteksten
18 Te weten van het grote huis, even tevoren vermeld, vers 5. verwijsteksten
19 Van het gewicht van een gouden talent zie Ex. 25 op vers 39. verwijsteksten
9 En het gewicht der nagelen was tot vijftig 20sikkelen goud; en hij overtoog de 21opperzalen met goud.20 Van de waarde van deze zie Gen. 24 op vers 22. verwijsteksten
21 Deze stonden omhoog, op het voorhuis; van dewelke zie 1 Kron. 28:11. verwijsteksten
10 Ook maakte hij in het huis van het heilige der heiligen twee 22cherubs van 23uittrekkend werk, en hij overtoog die met goud.22 Zie Gen. 3 op vers 24. 1 Kon. 6 op vers 23. verwijsteksten
23 Hebr. een werk van uittrekking of uitheffing, dat is, naar sommiger mening, een werk welks delen of stukken of leden men uit elkander kon nemen, heffen of uittrekken, hetwelk om de grootheid en zwaarte van het werk noodzakelijk was. Anders: een werk naar de gestalte van jongelingen, of van beeldenwerk.
11 Aangaande de vleugelen der cherubs, hun lengte was twintig ellen; 24des enen vleugel was van vijf ellen, rakende aan den wand van het huis, en de andere vleugel van vijf ellen, rakende aan den vleugel des anderen cherubs.24 Zie de verklaring hiervan 1 Kon. 6 op vers 27. verwijsteksten
12 Insgelijks was de vleugel des anderen cherubs van vijf ellen, rakende aan den wand van het huis; en de andere vleugel was van vijf ellen, klevende aan den vleugel des anderen cherubs.
13 De vleugelen dezer cherubs spreidden zich uit twintig ellen; en zij stonden op hun voeten en hun aangezichten waren 25huiswaarts.25 Anders: inwaarts. Vgl. Ex. 25:20. verwijsteksten
14 Hij maakte ook cden 26voorhang van hemelsblauw en purper en karmozijn en fijn linnen; en hij maakte cherubs daarop.c Matth. 27:51. verwijsteksten
26 Die het heilige van het allerheiligste onderscheidde. Zie hiervan Ex. 26:31. 1 Kon. 6:21 en de aantt. daarop. verwijsteksten
15 Nog maakte hij vóór het huis dtwee pilaren van 27vijf en dertig ellen in lengte; en het kapiteel dat op derzelver hoofd was, was van vijf ellen.d 1 Kon. 7:15. Jer. 52:21. verwijsteksten
27 Zie 1 Kon. 7 op vers 15. verwijsteksten
16 Ook maakte hij 28ketenen als in de 29aanspraakplaats, en hij zette ze op de hoofden der pilaren; daartoe maakte hij 30honderd granaatappelen en zette ze tussen de ketenen.28 Versta gouden ketenen of snoeren. Zie van degene waaraan de voorhang hing 1 Kon. 6:21 en de aant. daarop. verwijsteksten
29 Zie 1 Kon. 6 op vers 5. verwijsteksten
30 Te weten in elke rij. En alzo er twee rijen waren, zo wordt gezegd 1 Kon. 7:20, dat er tweehonderd granaatappelen waren. verwijsteksten
17 En hij richtte de pilaren op vóór aan den tempel, een ter rechterhand en een ter linkerhand; en hij noemde den naam van den rechter 31Jachin en den naam van den linker Boaz.31 Zie de verklaring hiervan 1 Kon. 7 op vers 21. verwijsteksten

Einde 2 Kronieken 3