Statenvertaling.nl

sample header image

2 Kronieken 21 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

2 Kronieken 21

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Josafat sterft, en zijn zoon Joram regeert, vs. 1, enz. Die zijn broeders vermoordt, 2. Zijn goddeloze regering, 5. De Edomieten en Libna vallen van hem af, 8. En volgens een schrift van Elia, 12. Wordt hij van de Filistijnen en Arabieren gekweld, die zijn huis plunderen, zijn zonen en vrouwen wegnemen, 16. Daartoe wordt hij met een ongeneeslijke krankheid geplaagd, waaraan hij sterft, 18. En wordt begraven zonder gewoonlijke eer, 19.
 
1 DAARNAa 1ontsliep Jósafat met zijn vaderen en werd begraven bij zijn vaderen in de 2stad Davids; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.
a 1 Kon. 22:51. 2 Kon. 8:16. verwijsteksten
1 Dat is, stierf. Breder verklaring van deze manier van spreken zie Deut. 31 op vers 16. 1 Kon. 1 op vers 21. verwijsteksten
2 Zie 1 Kon. 2 op vers 10. verwijsteksten
 
De goddeloze regering van Joram
2 En hij had broederen, Jósafats zonen, Azárja en Jehíël en Zechárja en Azarjáhu en Michaël en Sefátja; deze allen waren zonen van Jósafat, den koning 3Israëls.
3 Dat is, van de twee stammen Israëls Juda en Benjamin, en van de steden die van het koninkrijk Israëls onder Juda ressorteerden; van dewelke zie 2 Kron. 13:19; 15:9; 19:4. Alzo worden Josafats heren genaamd vorsten van Israël, vers 4. Zie ook 2 Kron. 15 op vers 17. 2 Kron. 23 op vers 2. verwijsteksten
 
3 En hun vader had hun vele gaven gegeven van zilver en van goud en van 4kostelijkheden, met vaste steden in Juda; maar het koninkrijk gaf hij Joram, omdat hij de 5eerstgeborene was.
4 Zie van het Hebreeuwse woord Gen. 24 op vers 53. verwijsteksten
5 Want tot het recht der eerstgeboorte behoorde ook de heerschappij over zijn broeders. Zie Gen. 25 op vers 31. En hieruit is af te leiden, dat Josafat in het verkiezen van zijn opvolger meer gezien heeft op de wet Gods, Deut. 21:15, dan op de bekwaamheid van den persoon, die goddeloos was door zijn goddeloze huisvrouw, vers 6, en niet zo goed als zijn broeders, vers 13. verwijsteksten
 
4 Als Joram tot het koninkrijk zijns vaders opgekomen was en zich versterkt had, zo doodde hij al zijn broederen met het zwaard, mitsgaders ook enigen van de vorsten 6van Israël.
6 Zie op vers 2. verwijsteksten
 
5 b7Twee en dertig jaar was Joram oud toen hij koning werd, en hij regeerde 8acht jaren te Jeruzalem.
b 2 Kon. 8:17. verwijsteksten
7 Hebr. Een zoon van twee en dertig jaar.
8 Te weten, daarin gerekend zijnde de jaren die hij met zijn vader geregeerd heeft. Want hij heeft een tijdlang de plaats zijns vaders bewaard. Zie 1 Kon. 22 op vers 42. 2 Kon. 8 op vers 16. verwijsteksten
 
6 En hij 9wandelde in den weg der koningen van Israël, gelijk als het huis van Achab deed, want hij had 10de dochter van Achab tot een vrouw; en hij deed 11wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
9 Dat is, hij volgde hen na in hun afgoderij en goddeloosheid. Alzo 2 Kon. 16:3. 2 Kron. 28:2, enz. verwijsteksten
10 Genaamd Athalia, 2 Kron. 22:2, van welker afgodische goddeloosheid, boosheid en tirannie zie 2 Kron. 22:3, 10; 24:7. verwijsteksten
11 Versta voornamelijk afgoderij en tirannie. Zie 1 Kon. 11 op vers 6. verwijsteksten
 
7 Doch de HEERE wilde het 12huis Davids niet verderven, om des verbonds wil, cdat Hij met David gemaakt had; en gelijk als Hij dgezegd had, hem en zijn zonen 13te alle dagen een 14lamp te zullen geven.
12 Dat is, het geslacht en de nakomelingen van David. Zie 1 Kon. 14 op vers 10. verwijsteksten
c 2 Sam. 7:12. 1 Kon. 11:36. Ps. 132:11, 17. verwijsteksten
d 1 Kon. 11:36. verwijsteksten
13 Zie 2 Sam. 7 op vers 13. verwijsteksten
14 Zie 1 Kon. 11 op vers 36. verwijsteksten
 
8 eIn zijn dagen 15vielen de Edomieten af van onder 16het gebied van Juda, en zij maakten over zich een koning.
e 2 Kon. 8:20. verwijsteksten
15 En alzo werd vervuld de profetie van Izak Gen. 27:40. verwijsteksten
16 Hebr. hand, dat is, gebied, geweld; waaronder David hen gebracht had, 2 Sam. 8:14. verwijsteksten
 
9 Daarom toog Joram 17voort met zijn oversten, en al de wagens met hem; 18en hij maakte zich des nachts op fen sloeg de Edomieten die rondom hem waren, en de oversten der wagens.
17 Te weten naar Zaïr, een plaats in Idumea gelegen, 2 Kon. 8:21. verwijsteksten
18 Hebr. hij was zich opmakende, of: hij was opstaande.
f 2 Kon. 8:21. verwijsteksten
 
10 gEvenwel vielen de Edomieten af van onder het gebied van Juda, 19tot op dezen dag; toen, terzelfder tijd, 20viel Libna af van onder zijn gebied; want hij had den HEERE, den God zijner vaderen, 21verlaten.
g 2 Kon. 8:22. verwijsteksten
19 Dat is, welke afval duurt tot op dezen dag. Versta den tijd van de Babylonische wegvoering. Alzo 1 Kron. 4:41. verwijsteksten
20 Zie 2 Kon. 8 op vers 22. verwijsteksten
21 Te weten door gruwelijke afgoderij, die hij niet alleen zelf pleegde, maar waartoe hij ook zijn onderzaten openbaarlijk en met geweld dwong. Zie het volgende vers.
 
11 Ook maakte hij 22hoogten op de bergen van Juda; en hij deed de inwoners van Jeruzalem 23hoereren, ja, hij dreef Juda daartoe.
22 Zie Lev. 26 op vers 30. verwijsteksten
23 Dat is, afgoderij bedrijven, dewelke is de geestelijke hoererij; alzo vers 13. Zie Lev. 17 op vers 7. Lev. 20 op vers 5. verwijsteksten
 
12 Zo kwam 24een schrift tot hem van den profeet Elía, zeggende: Alzo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Omdat gij 25in de wegen van uw vader Jósafat en in de wegen van Asa, den koning van Juda, niet gewandeld hebt;
24 Versta een schrift, geschreven van den profeet Elia als Josafat nog leefde, voor wiens dood Elia al in den hemel opgenomen was, gelijk af te leiden is uit 2 Kon. 3:11. Hierin had Elia geprofeteerd van den staat van het rijk van Juda onder Joram; gelijk de man Gods die te Bethel kwam, langen tijd tevoren van den koning Josia geprofeteerd heeft, 1 Kon. 13:2, en Jesaja van Cyrus, hfdst. 44; 45, en Daniël van de monarchieën en koninkrijken der aarde, hfdst. 2; 7, enz. Tenware dat men meende, dat dit een andere Elia is geweest dan de Tisbiet. verwijsteksten
25 Zie 1 Kon. 15 op vers 26. verwijsteksten
 
13 Maar hebt gewandeld in den weg der koningen van Israël, en hebt Juda en de inwoners van Jeruzalem doen hoereren, 26achtervolgens het hoereren van het huis van Achab; en ook uw broederen, van uws vaders huis, gedood hebt, die beter waren dan gij;
26 Of: gelijk het huis van Achab Israël heeft doen hoereren.
 
14 27Zie, de HEERE 28zal u plagen met een grote plaag aan uw volk, en aan uw kinderen en aan uw vrouwen en aan al uw have.
27 Zie de vervulling van dit dreigement vers 16, enz. verwijsteksten
28 Deze manier van spreken wordt vol en zonder invoegsel gevonden vers 18. Anders: de Heere zal uw volk en uw kinderen, enz., met een grote plaag plagen. verwijsteksten
 
15 Gij zult ook in 29grote krankheden zijn door de krankheid uwer ingewanden, totdat uw ingewanden uitgaan vanwege de krankheid, 30jaar op jaar.
29 Of: vele.
30 Hebr. dagen op dagen, dat is, jaar op jaar, te weten twee jaren. Want deze waren de gezette tijd dezer ziekte, vers 19. Het woord dagen is somtijds voor een vol jaar genomen, hebbende al zijn dagen. Alzo vers 19. Zie Lev. 25 op vers 29. Anderen verstaan dit alzo, dat deze ziekte hem dagelijks overvallen zou. verwijsteksten
 
16 Zo verwekte de HEERE tegen Joram den 31geest der Filistijnen en der 32Arabieren, die aan 33de zijde der Moren zijn.
31 Dat is, zin, wil, voornemen, moed. Zie 2 Kon. 19 op vers 7. verwijsteksten
32 Versta de inwoners van het Steenachtig- en Rijk-Arabië.
33 Hebr. aan de hand. Het woordje hand betekent somtijds de zijde ergens van, als Job 1:14. verwijsteksten
 
17 Die togen op in Juda en 34braken daarin, en voerden alle have weg die in het huis des konings gevonden werd, zelfs ook zijn kinderen en zijn vrouwen; zodat hem geen zoon overgelaten werd dan 35Jóahaz, de kleinste zijner zonen.
34 Te weten, door geweld van wapenen alles doorlopende en doordringende tot Jeruzalem toe; ja, ook de stad innemende en die plunderende, gelijk uit het volgende blijkt.
35 Ook genoemd Ahazia, 2 Kron. 22:1, en Azaria, 2 Kron. 22:6. verwijsteksten
 
18 En na dit alles plaagde hem de HEERE in zijn ingewand met 36een krankheid waar geen genezen aan was.
36 Te weten dewelke Elia hem gedreigd had, vers 15. verwijsteksten
 
19 Dit geschiedde 37van jaar tot jaar, zodat wanneer 38de tijd van het einde der twee jaren uitging, zijn ingewanden met de krankheid uitgingen, dat hij stierf van boze krankheden; en zijn volk maakte hem 39geen branding als de branding zijner vaderen.
37 Dat is, van het eerste jaar tot het tweede.
38 Welken Elia in dat schrift gesteld had.
39 Te weten van welriekende of kostelijke specerijen. Zie 2 Kron. 16 op vers 14. verwijsteksten
 
20 Hij was twee en dertig jaren oud als hij koning werd, en regeerde acht jaren te Jeruzalem; en 40hij ging heen zonder begeerd te zijn; en zij begroeven hem in de stad Davids, maar niet in de graven der koningen.
40 Te weten den weg der gehele aarde, gelijk staat Joz. 23:14. 1 Kon. 2:2. Dat is, hij stierf. Of: hij ging heen zonder begeerd te zijn; dat is, hij leefde ongeëerd, of in onlust en smart. verwijsteksten

Einde 2 Kronieken 21