Statenvertaling.nl

sample header image

Openbaring 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Openbaring 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Brief aan Éfeze. Gedenk uw eerste liefde
1 SCHRIJF aan den engel der gemeente van Éfeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt:
2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen die uitgeven dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet, en hebt hen leugenaars bevonden;
3 En gij hebt verdragen en hebt geduld, en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden.
4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
5 Gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bijkomen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.
6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken ader Nikolaïeten haat, welke Ik ook haat. a vers 15. verwijsteksten
7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van bden Boom des levens, Die in het midden van het paradijs Gods is. b Gen. 2:9. Openb. 22:2. verwijsteksten
 
Brief aan Smyrna. Zijt getrouw tot den dood
8 En schrijf aan den engel der gemeente van die van Smyrna: Dit zegt cde Eerste en de Laatste, Die dood geweest is en weder levend is geworden: c Jes. 41:4; 44:6. Openb. 1:17. verwijsteksten
9 Ik weet uw werken, en verdrukking, en armoede (doch gij zijt rijk), en de lastering dergenen die zeggen dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar zijn een synagoge des satans.
10 Vrees geen der dingen die gij lijden zult. Zie, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.
11 dDie oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden. d Matth. 13:9. verwijsteksten
 
Brief aan Pérgamum. De witte keursteen
12 En schrijf aan den engel der gemeente die in Pérgamum is: Dit zegt Hij Die het etweesnijdend scherp zwaard heeft: e vers 16. Openb. 1:16. verwijsteksten
13 Ik weet uw werken, en waar gij woont, namelijk waar de troon des satans is; en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in de dagen in welke Ántipas Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, waar de satan woont.
14 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt die de lering van fBíleam houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren. f Num. 22:23; 24:14; 25:1; 31:16. verwijsteksten
15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaïeten houden; hetwelk Ik haat.
16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bijkomen, en zal tegen hen krijg voeren gmet het zwaard Mijns monds. g Jes. 49:2. Ef. 6:17. Hebr. 4:12. Openb. 1:16. verwijsteksten
17 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het Manna Dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.
 
Brief aan Thyatíra. Hetgeen gij hebt, houdt dat
18 En schrijf aan den engel der gemeente te Thyatíra: Dit zegt de Zone Gods, hDie Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk: h Openb. 1:14, 15. verwijsteksten
19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.
20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw iIzébel, die zichzelve zegt een profetes te zijn, laat leren en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten. i 1 Kon. 16:31. 2 Kon. 9:7. verwijsteksten
21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.
22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.
23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de gemeenten zullen weten, kdat Ik het ben Die nieren en harten onderzoek. lEn Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken. k 1 Sam. 16:7. 1 Kron. 28:9; 29:17. Ps. 7:10. Jer. 11:20. Hand. 1:24. l Ps. 62:13. Jer. 17:10; 32:19. Matth. 16:27. Rom. 2:6; 14:12. 2 Kor. 5:10. Gal. 6:5. Openb. 20:12. verwijsteksten
24 Doch Ik zeg tot ulieden, en tot de anderen die te Thyatíra zijn, zovelen als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;
25 Maar hetgeen gij hebt, mhoudt dat, totdat Ik zal komen. m Openb. 3:11. verwijsteksten
26 En die overwint en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, nIk zal hem macht geven over de heidenen; n Ps. 2:8. verwijsteksten
27 En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.
28 En Ik zal hem de morgenster geven.
29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Einde Openbaring 2