Statenvertaling.nl

sample header image

Jakobus 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jakobus 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Geen aanzien des persoons
1 MIJNE broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, amet aannemingen des persoons. a Lev. 19:15. Deut. 16:19. Spr. 24:23. Matth. 22:16. verwijsteksten
2 Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger, in een sierlijke kleding, en er kwam ook een arm man in met een slechte kleding;
3 En gij zoudt aanzien dengene die de sierlijke kleding draagt, en tot hem zeggen: Zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt zeggen tot den arme: Sta gij daar; of: Zit hier onder mijn voetbank;
4 Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?
5 bHoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij cbelooft dengenen die Hem liefhebben? b Joh. 7:48. 1 Kor. 1:26, enz. c Ex. 20:6. 1 Sam. 2:30. Spr. 8:17. Matth. 5:3. verwijsteksten
6 Maar gij hebt den arme oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen?
7 Lasteren zij niet den goeden Naam, die over u aangeroepen is?
8 Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: dGij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel; d Lev. 19:18. Matth. 22:39. Mark. 12:31. Rom. 13:9. Gal. 5:14. Ef. 5:2. 1 Thess. 4:9. verwijsteksten
9 Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde en wordt van de wet bestraft als overtreders.
10 eWant wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle. e Deut. 27:26. Matth. 5:19. Gal. 3:10. verwijsteksten
11 Want Die gezegd heeft: fGij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden. f Ex. 20:14. Matth. 5:27. verwijsteksten
12 Spreekt alzo en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.
13 gWant een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel. g Matth. 6:15; 18:35. Mark. 11:25. Luk. 16:25. verwijsteksten
 
Dood geloof
14 hWat nuttigheid is het, mijne broeders, indien iemand zegt dat hij het geloof heeft, en heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zalig maken? h Matth. 7:26. Jak. 1:23. verwijsteksten
15 iIndien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben van dagelijks voedsel, i Luk. 3:11. 1 Joh. 3:17. verwijsteksten
16 En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat heen in vrede, wordt warm en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?
17 Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood.
18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken; toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.
19 Gij gelooft dat God een enig God is; gij doet wel; kde duivelen geloven het ook, en zij sidderen. k Mark. 1:24. verwijsteksten
20 Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?
21 Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, lals hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar? l Gen. 22:10. verwijsteksten
22 Ziet gij wel dat het geloof medegewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken?
23 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: mEn Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend; en hij is een vriend Gods genaamd geweest. m Gen. 15:6. Rom. 4:3. Gal. 3:6. verwijsteksten
24 Ziet gij dan nu dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof?
25 En desgelijks ook nRachab, de hoer, is zij niet uit de werken gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft ontvangen en door een anderen weg uitgelaten? n Joz. 2:1; 6:23. Hebr. 11:31. verwijsteksten
26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

Einde Jakobus 2