Statenvertaling.nl

sample header image

1 Thessalonicenzen 4 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


1 Thessalonicenzen 4

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Opwekking tot heiligen wandel
1 VOORTS dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt ahoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt. a Filipp. 1:27. 1 Thess. 2:12. verwijsteksten
2 Want gij weet wat bevelen wij u gegeven hebben door den Heere Jezus.
3 bWant dit is de wil Gods, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij; b Rom. 12:2. Ef. 5:27. Filipp. 4:8. verwijsteksten
4 Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en ere,
5 Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, cdie God niet kennen. c 1 Kor. 15:34. Ef. 4:18. verwijsteksten
6 Dat niemand zijn broeder vertrede noch bedriege in zijn handeling; want de Heere is een Wreker over dit alles, gelijk wij u ook tevoren gezegd en betuigd hebben.
7 Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, dmaar tot heiligmaking. d Joh. 17:19. 1 Kor. 1:2. verwijsteksten
8 eZo dan, die dit verwerpt, die verwerpt geen mens, maar God, fDie ook Zijn Heiligen Geest in ons heeft gegeven. e Luk. 10:16. f 1 Kor. 7:40. verwijsteksten
 
Opwekking tot broederlijke liefde
9 gVan de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node dat ik u schrijf; want gij zelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben. g Lev. 19:18. Matth. 22:39. Joh. 13:34; 15:12. Ef. 5:2. 1 Petr. 4:8. 1 Joh. 3:23; 4:21. verwijsteksten
10 Want gij doet ook hetzelve aan al de broederen die in geheel Macedónië zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt,
11 hEn dat gij u benaarstigt stil te zijn en uw eigen dingen te doen, ien te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben; h 2 Thess. 3:7, 12. i Hand. 20:34. Ef. 4:28. verwijsteksten
12 Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen die buiten zijn, en geen ding van node hebt.
 
De zekerheid der opstanding
13 Doch, broeders, ik wil niet dat gij onwetende zijt van degenen die ontslapen zijn, kopdat gij niet bedroefd zijt gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. k Lev. 19:28. Deut. 14:1. 2 Sam. 12:20. verwijsteksten
14 Want indien wij geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem.
15 Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, ldat wij die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen vóórkomen degenen die ontslapen zijn. l 1 Kor. 15:22, 51. verwijsteksten
16 mWant de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; m Matth. 24:31. 1 Kor. 15:52. 2 Thess. 1:7. verwijsteksten
17 Daarna wij die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.
18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.

Einde 1 Thessalonicenzen 4