Statenvertaling.nl

sample header image

Romeinen 7 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Romeinen 7

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Gods volk vrij van de wet
1 WEET gij niet, broeders (want ik spreek tot degenen die de wet verstaan), dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?
2 aWant een vrouw die onder den man staat, is aan den levenden man bverbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans. a 1 Kor. 7:39. b 1 Kor. 7:2, 10. verwijsteksten
3 cDaarom dan, indien zij eens anderen mans wordt terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is als zij eens anderen mans wordt. c Matth. 5:32. verwijsteksten
4 Zo dan, mijne broeders, dgij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden. d Gal. 2:19. 1 Petr. 4:1. verwijsteksten
5 Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.
6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen ein nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter. e Rom. 2:29. 2 Kor. 3:6. verwijsteksten
 
De wet leert de zonde kennen
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, fik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: gGij zult niet begeren. f Rom. 3:20. Hebr. 7:18. g Ex. 20:17. Deut. 5:21. verwijsteksten
8 hMaar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. h Joh. 15:22. Rom. 4:15; 5:20. Gal. 3:19. verwijsteksten
9 En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.
10 En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.
11 Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid en door hetzelve gedood.
12 iAlzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. i 1 Tim. 1:8. verwijsteksten
13 Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden, opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn, werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde bovenmate werd zondigende door het gebod.
 
Inwendige strijd
14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, kverkocht onder de zonde. k Jes. 52:3. verwijsteksten
15 Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; lwant hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. l Gal. 5:17. verwijsteksten
16 En indien ik hetgene doe dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe dat zij goed is.
17 Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde die in mij woont.
18 mWant ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. m Gen. 6:5; 8:21. verwijsteksten
19 Want het goede, dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
20 Indien ik hetgene doe dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde die in mij woont.
21 Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
22 nWant ik heb een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mens, n Ef. 3:16. verwijsteksten
23 oMaar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangenneemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. o Gal. 5:17. verwijsteksten
24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
25 Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere.
26 Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.

Einde Romeinen 7