Statenvertaling.nl

sample header image

Handelingen 1 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Handelingen 1

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Inleiding
1 HET eerste boek heb ik gemaakt, o Theófilus, van al hetgeen dat JEZUS begonnen heeft beide te doen en te leren,
2 aTot op den dag in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bbevelen had gegeven; a Mark. 16:19. Luk. 9:51. 1 Tim. 3:16. b Joh. 20:21. verwijsteksten
3 cAan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan. c Mark. 16:14. Joh. 20:19; 21:1. 1 Kor. 15:5. verwijsteksten
 
De hemelvaart
4 dEn als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, edie gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. d Luk. 24:48, 49. e Joh. 14:26; 15:26; 16:7. verwijsteksten
5 fWant Johannes doopte wel met water, gmaar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. f Matth. 3:11. Mark. 1:8. Luk. 3:16. Joh. 1:26. Hand. 11:16; 19:4. g Jes. 44:3. Joël 2:28. Hand. 2:4; 11:15. verwijsteksten
6 Zij dan die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: hHeere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? h Matth. 24:3. verwijsteksten
7 En Hij zeide tot hen: iHet komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; i Matth. 24:36. verwijsteksten
8 kMaar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; len gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde. k Hand. 2:4. l Jes. 2:3. Luk. 24:48. Joh. 15:27. Hand. 2:32. verwijsteksten
9 mEn als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. m Mark. 16:19. Luk. 24:51. verwijsteksten
10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen nin witte kleding, n Matth. 28:3. verwijsteksten
11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, ozal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren. o Dan. 7:13. Matth. 24:30. Mark. 13:26. Luk. 21:27. 1 Thess. 1:10. 2 Thess. 1:10. Openb. 1:7. verwijsteksten
12 Toen keerden zij weder naar Jeruzalem, van den berg die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende vandaar een sabbatsreis.
13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Matthéüs, Jakobus, de zoon van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, de broeder van Jakobus.
14 Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met pZijn broederen. p Matth. 13:55. verwijsteksten
 
Matthías in Judas’ plaats
15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen):
16 Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, qwelke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft van Judas, rdie de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen; q Ps. 41:10. Matth. 26:23. Joh. 13:18. r Matth. 26:47. Mark. 14:43. Joh. 18:3. verwijsteksten
17 sWant hij was met ons gerekend en had het lot dezer bediening verkregen. s Matth. 10:4. Mark. 3:19. Luk. 6:16. verwijsteksten
18 Deze dan heeft verworven een akker door het loon der ongerechtigheid, ten voorwaarts over gevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort. t 2 Sam. 17:23. Matth. 27:5. verwijsteksten
19 En het is bekend geworden allen die te Jeruzalem wonen, alzo dat die akker in hun eigen taal vgenoemd wordt Akeldama, dat is een akker des bloeds. v Matth. 27:8. verwijsteksten
20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: xZijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone; yen: Een ander neme zijn opzienersambt. x Ps. 69:26. y Ps. 109:8. verwijsteksten
21 zHet is dan nodig, dat van de mannen die met ons omgegaan hebben al den tijd in welken de Heere Jezus onder ons in- en uitgegaan is, z Hand. 6:3. verwijsteksten
22 Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe in welken Hij avan ons opgenomen is, een derzelve met ons getuige worde van Zijn opstanding. a vers 9. verwijsteksten
23 bEn zij stelden er twee, Jozef genaamd Bársabas, die toegenaamd was Justus, en Matthías. b Hand. 6:6. verwijsteksten
24 En zij baden en zeiden: Gij Heere, cGij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt c 1 Sam. 16:7. 1 Kron. 28:9; 29:17. Ps. 7:10. Jer. 11:20; 17:10; 20:12. Hand. 15:8. Openb. 2:23. verwijsteksten
25 Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijn eigen plaats.
26 En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthías, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen.

Einde Handelingen 1