Statenvertaling.nl

sample header image

Johannes 3 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Johannes 3

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Het gesprek met Nicodémus
1 EN er was een mens uit de farizeeën, wiens naam was aNicodémus, een overste der Joden. a Joh. 19:39. verwijsteksten
2 bDeze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want cniemand kan deze tekenen doen die Gij doet, dzo God met hem niet is. b Joh. 7:50; 19:39. c Joh. 9:16, 33. d Hand. 10:38. verwijsteksten
3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
4 Nicodémus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan en geboren worden?
5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, ezo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. e Tit. 3:5. verwijsteksten
6 fHetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest. f Rom. 8:5. verwijsteksten
7 Verwonder u niet dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
8 De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is een iegelijk die uit den Geest geboren is.
9 Nicodémus antwoordde en zeide tot Hem: gHoe kunnen deze dingen geschieden? g Joh. 6:52. verwijsteksten
10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar Israëls, en weet gij deze dingen niet?
11 hVoorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken wat Wij weten, en getuigen wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt iOnze getuigenis niet aan. h Joh. 7:16; 8:28; 12:49; 14:24. i vers 32. verwijsteksten
12 Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?
13 En kniemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is. k Joh. 6:62. Ef. 4:9. verwijsteksten
14 lEn gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, malzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, l Num. 21:9. 2 Kon. 18:4. m Joh. 8:28; 12:32. verwijsteksten
15 Opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, nmaar het eeuwige leven hebbe. n vers 36. verwijsteksten
16 oWant alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, popdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. o Rom. 5:8; 8:31. 1 Joh. 4:9. p vers 36. Luk. 19:10. 1 Joh. 5:10. verwijsteksten
17 qWant God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. q Luk. 9:56. Joh. 9:39; 12:47. 1 Joh. 4:14. verwijsteksten
18 rDie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam van den eniggeboren Zone Gods. r Joh. 5:24; 6:40, 47; 20:31. verwijsteksten
19 En sdit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. s Joh. 1:5. verwijsteksten
20 Want een iegelijk die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
21 tMaar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn. t Ef. 5:8. verwijsteksten
 
De Bruidegom en Zijn vriend
22 Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judéa, en onthield Zich aldaar met hen ven doopte. v Joh. 4:1. verwijsteksten
23 xEn Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar en werden gedoopt. x Matth. 3:6. Mark. 1:5. Luk. 3:7. verwijsteksten
24 yWant Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen. y Matth. 14:3. verwijsteksten
25 Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.
26 zEn zij kwamen tot Johannes en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt en zij komen allen tot Hem. z Matth. 3:11. Mark. 1:7. Luk. 3:16. Joh. 1:15, 26, 34. verwijsteksten
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven is.
28 Gij zelven zijt mijn getuigen dat ik gezegd heb: aIk ben de Christus niet; bmaar dat ik vóór Hem heen uitgezonden ben. a Joh. 1:20. b Mal. 3:1. Matth. 11:10. Mark. 1:2. Luk. 1:17; 7:27. Joh. 1:21, 23. verwijsteksten
29 Die de bruid heeft, is de Bruidegom, maar de vriend des Bruidegoms, die staat en Hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des Bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.
30 Hij moet wassen, maar ik minder worden.
31 cDie van boven komt, is boven allen. Die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen. c Joh. 8:23. verwijsteksten
32 dEn hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan. d Joh. 5:30; 8:26; 12:49; 14:10. verwijsteksten
33 Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld edat God waarachtig is. e Rom. 3:4. verwijsteksten
34 Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest fniet met mate. f Ef. 4:7. verwijsteksten
35 De Vader heeft den Zoon lief, gen heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. g Matth. 11:27; 28:18. Luk. 10:22. Joh. 5:22; 17:2. Hebr. 2:8. verwijsteksten
36 hDie in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. h vers 16. Joh. 6:47. 1 Joh. 5:10. verwijsteksten

Einde Johannes 3