Statenvertaling.nl

sample header image

Lukas 17 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Lukas 17

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Waarschuwing tegen ergernissen
1 ENa Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen dat er geen ergernissen komen; doch wee hem door welken zij komen. a Matth. 18:7. Mark. 9:42. verwijsteksten
2 Het zou hem nutter zijn dat een molensteen om zijn hals gedaan ware en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren.
3 Wacht uzelven. bEn indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem. b Lev. 19:17. Spr. 17:10. Matth. 18:15. Jak. 5:19. verwijsteksten
4 cEn indien hij zevenmaal des daags tegen u zondigt, en zevenmaal des daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed, zo zult gij het hem vergeven. c Matth. 18:21. verwijsteksten
 
Geloof als een mosterdzaad
5 En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.
6 En de Heere zeide: dZo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezieboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant; en hij zou u gehoorzaam zijn. d Matth. 17:20; 21:21. Mark. 11:23. verwijsteksten
 
Onnutte dienstknechten
7 En wie van u heeft een dienstknecht ploegende of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij en zit aan?
8 Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid wat ik aan den avond zal eten, en omgord u en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben, en eet en drink gij daarna?
9 Dankt hij ook denzelven dienstknecht, omdat hij gedaan heeft hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.
10 Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten, want wij hebben maar gedaan hetgeen wij schuldig waren te doen.
 
De tien melaatsen
11 En het geschiedde als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaría en Galiléa ging.
12 En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;
13 En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester, ontferm U onzer.
14 En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven eden priesters. En het geschiedde terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. e Lev. 13:2; 14:2. Matth. 8:4. Luk. 5:14. verwijsteksten
15 En één van hen, ziende dat hij genezen was, keerde weder, met grote stem God verheerlijkende.
16 En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan.
17 En Jezus antwoordende zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden? En waar zijn de negen?
18 Zijn er geen gevonden die wederkeren om God eer te geven, dan deze vreemdeling?
19 En Hij zeide tot hem: Sta op en ga heen; uw geloof heeft u behouden.
 
De dag van den Zoon des mensen
20 En gevraagd zijnde van de farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat;
21 En men zal niet zeggen: fZiehier of ziedaar. Want zie, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden. f Matth. 24:23. Mark. 13:21. Luk. 21:7, 8. verwijsteksten
22 En Hij zeide tot de discipelen: Er zullen dagen komen, wanneer gij zult begeren een der dagen van den Zoon des mensen te zien, en gij zult dien niet zien.
23 gEn zij zullen tot u zeggen: Ziehier of ziedaar is Hij. Gaat niet heen, en volgt niet. g Matth. 24:23. Mark. 13:21. verwijsteksten
24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde onder den hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.
25 hMaar eerst moet Hij veel lijden en verworpen worden van dit geslacht. h Matth. 16:21; 17:22; 20:18. Mark. 8:31; 9:31; 10:33. Luk. 9:22; 18:31; 24:6, 7. verwijsteksten
26 iEn gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen: i Gen. 6:2; 7:7. Matth. 24:37, 38. 1 Petr. 3:20. verwijsteksten
27 Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam en verdierf hen allen.
28 Desgelijks ook gelijk het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;
29 kMaar op welken dag Lot van Sódom uitging, regende het vuur en sulfer van den hemel, en verdierf hen allen. k Gen. 19:24. Deut. 29:23. Jes. 13:19. Jer. 50:40. Hos. 11:8. Amos 4:11. Jud. vs. 7. verwijsteksten
30 Even alzo zal het zijn in den dag op welken de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.
31 In dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen dat achter is.
32 lGedenkt aan de vrouw van Lot. l Gen. 19:26. verwijsteksten
33 mZo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden. m Matth. 10:39; 16:25. Mark. 8:35. Luk. 9:24. Joh. 12:25. verwijsteksten
34 nIk zeg u: In dien nacht zullen twee op één bed zijn: de een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden. n Matth. 24:40, 41. 1 Thess. 4:17. verwijsteksten
35 Twee vrouwen zullen tezamen malen: de ene zal aangenomen en de andere zal verlaten worden.
36 Twee zullen op den akker zijn: de een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden.
37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: oWaar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden. o Job 39:33. Matth. 24:28. verwijsteksten

Einde Lukas 17