Mattheüs 28 – Statenvertaling met kanttekeningen

Statenvertaling.nl

sample header image

Mattheüs 28 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Inleiding Bijbelboek
Inleiding Nieuwe Testament
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Mattheüs 28

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De opstanding
1 ENa laat na den sabbat, als het begon te lichten tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdaléna en de andere Maria, om het graf te bezien. a Mark. 16:1. Luk. 24:1. Joh. 20:1. verwijsteksten
2 En zie, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe en wentelde den steen af van de deur en zat op denzelven.
3 En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn bkleding wit gelijk sneeuw. b Dan. 7:9. Hand. 1:10. verwijsteksten
4 En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden en werden als doden.
5 Maar de engel antwoordende zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; cwant ik weet dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. c Mark. 16:6. Luk. 24:4. verwijsteksten
6 Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij dgezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft. d Matth. 16:21; 17:23; 20:19. Mark. 8:31; 9:31; 10:34. Luk. 9:22; 18:33; 24:6. verwijsteksten
7 En gaat haastelijk heen, en zegt Zijn discipelen dat Hij opgestaan is van de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galiléa, edaar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het ulieden gezegd. e Matth. 26:32. Mark. 16:7. verwijsteksten
8 fEn haastelijk uitgaande van het graf met vreze en grote blijdschap, liepen zij heen om hetzelve Zijn discipelen te boodschappen. f Mark. 16:8. Joh. 20:18. verwijsteksten
9 En als zij heengingen om Zijn discipelen te boodschappen, zie, gJezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet. En zij tot Hem komende, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem. g Mark. 16:9. Joh. 20:14. verwijsteksten
10 Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet; gaat heen, boodschapt Mijn broederen dat zij heengaan naar Galiléa, en haldaar zullen zij Mij zien. h Hand. 1:3; 13:31. 1 Kor. 15:5. verwijsteksten
 
De leugen van den Groten Raad
11 En als zij heengingen, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad en boodschapten den overpriesters al de dingen die geschied waren.
12 En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen en tezamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel geld,
13 En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.
14 En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevredenstellen en maken dat gij zonder zorg zijt.
15 En zij het geld genomen hebbende, deden gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.
 
De opdracht aan de discipelen
16 En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galiléa, naar den berg iwaar Jezus hen bescheiden had. i Matth. 26:32. Mark. 14:28. verwijsteksten
17 En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.
18 En Jezus bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: kMij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. k Ps. 8:7. Matth. 11:27. Luk. 10:22. Joh. 3:35; 17:2. 1 Kor. 15:27. Ef. 1:22. Hebr. 2:8. verwijsteksten
19 lGaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. l Mark. 16:15. Joh. 15:16. verwijsteksten
20 mEn zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen. m Joh. 14:18. verwijsteksten

Einde Mattheüs 28