Statenvertaling.nl

sample header image

Jeremia 9 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jeremia 9

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 OCH, adat mijn hoofd water ware en mijn oog een springader van tranen! Zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen der dochter mijns volks. a Jes. 22:4. Jer. 4:19. verwijsteksten
2 Och, dat ik in de woestijn een herberg der wandelaars had! Zo zou ik mijn volk verlaten en van hen trekken; want zij zijn allen boverspelers, een trouweloze hoop. b Jer. 5:7, 8. verwijsteksten
3 En zij spannen hun tong als hun boog tot cleugen; zij worden geweldig in het land, doch niet tot waarheid; want zij gaan voort van dboosheid tot boosheid, maar Mij kennen zij niet, spreekt de HEERE. c Jes. 59:4, 13, 15. d Jer. 6:7. verwijsteksten
4 Wacht u een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elke broeder doet niets dan bedriegen, en elke vriend ewandelt in achterklap. e Jer. 6:28. verwijsteksten
5 En zij handelen bedrieglijk een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.
6 Uw woning is in het midden van bedrog; door bedrog weigeren zij Mij te kennen, spreekt de HEERE.
 
De bedreiging des HEEREN
7 Daarom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Zie, Ik zal hen smelten en zal hen beproeven; want hoe zou Ik anders doen ten aanzien der dochter Mijns volks?
8 Hun ftong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn gmond, maar in zijn binnenste legt hij zijn lagen. f Ps. 120:4. Spr. 30:14. g Ps. 12:3; 28:3. verwijsteksten
9 hZou Ik hen om deze dingen niet bezoeken? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is? h Jer. 5:9, 29. verwijsteksten
10 Ik zal een geween en een weeklage opheffen over de bergen, en een klaaglied over de herdershutten der woestijn; want zij zijn afgebrand, dat er niemand doorgaat, en men hoort er geen stem van vee; van de vogelen des hemels af tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan.
11 En Ik zal Jeruzalem stellen tot steenhopen, tot een woning der idraken; en de steden van Juda zal Ik stellen tot een verwoesting, zonder inwoner. i Jer. 10:22. verwijsteksten
12 Wie is de wijze man die dit versta? En tot wien heeft de mond des HEEREN gesproken, dat hij het verkondige, waarom het land vergaan en afgebrand zij als een woestijn, dat er niemand doorgaat?
13 En de HEERE zeide: Omdat zij Mijn wet, die Ik voor hun aangezicht gegeven had, verlaten hebben, en naar Mijn stem niet gehoord, noch daarnaar gewandeld hebben;
14 Maar hebben gewandeld naar het goeddunken huns harten, en naar de Baäls, hetwelk hun vaders hun geleerd hadden;
15 Daarom zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, alzo: Zie, Ik zal dit volk spijzen met kalsem, en Ik zal hen drenken met lgalwater, k Jer. 23:15. l Jer. 8:14. verwijsteksten
16 En Ik zal hen mverstrooien onder de heidenen die zij niet gekend hebben, zij noch hun vaders; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben. m Lev. 26:33. verwijsteksten
17 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Merkt daarop en roept klaagvrouwen, dat zij komen; en zendt heen naar de wijze vrouwen, dat zij komen,
18 En haasten, en een weeklage over ons opheffen; dat onze ogen van tranen nederdalen en onze oogleden van water vlieten.
19 Want er is een stem van weeklage gehoord uit Sion: Hoe zijn wij verstoord! Wij zijn zeer beschaamd, omdat wij het land hebben verlaten, omdat zij onze woningen hebben omgeworpen.
20 Hoort dan des HEEREN woord, gij vrouwen, en uw oor ontvange het woord Zijns monds; en leert uw dochters weeklagen en elkeen haar metgezellin klaagliederen.
21 Want de dood is geklommen in onze vensteren, zij is in onze paleizen gekomen, om de kinderkens uit te roeien van de wijken, de jongelingen van de straten.
22 Spreek: Zo spreekt de HEERE: nJa, een dood lichaam des mensen zal liggen als mest op het open veld, en als een garve achter den maaier, die niemand opzamelt. n Jer. 7:33. verwijsteksten
23 Zo zegt de HEERE: oEen wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid, een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom, o 1 Kor. 1:31. 2 Kor. 10:17. verwijsteksten
24 Maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat en Mij kent, dat Ik de HEERE ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde; want in die dingen heb Ik lust, spreekt de HEERE.
25 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik bezoeking zal doen over allen besnedene, met degenen die de voorhuid hebben;
26 Over Egypte en over Juda en over Edom en over de kinderen Ammons en over Moab, en over allen die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls heeft pde voorhuid des harten. p Lev. 26:41. Rom. 2:28, 29. verwijsteksten

Einde Jeremia 9