Statenvertaling.nl

sample header image

Jesaja 28 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jesaja 28

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Wee de hovaardige kroon
1 WEE de hovaardige kroon der dronkenen van Efraïm, welks heerlijk sieraad is een afvallende bloem, die daar is op het hoofd der zeer vette vallei, der geslagenen van den wijn.
2 Zie, de Heere heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort des verderfs; gelijk een vloed der sterke wateren die overvloeien, zal hij ze ter aarde nederwerpen met de hand.
3 De hovaardige kronen der dronkenen van Efraïm zullen met voeten vertreden worden.
4 En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht vóór den zomer, welke wanneer haar iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op.
5 Te dien dage zal de HEERE der heirscharen tot een heerlijke Kroon en tot een sierlijken Krans zijn den overgeblevenen Zijns volks,
6 En tot een Geest des oordeels dien die ten oordeel zit, en tot een Sterkte dengenen die den strijd afkeren tot de poort toe.
 
Tegen de heersers van Jeruzalem
7 En aook dwalen dezen van den wijn en zij dolen van den sterken drank; de priester en de profeet dwalen van den sterken drank, zij zijn verslonden van den wijn, zij dolen van sterken drank; zij dwalen in het gezicht, zij waggelen in het gericht. a Jes. 5:11. verwijsteksten
8 Want alle tafels zijn vol uitspuwsel en drek, zodat er geen plaats schoon is.
9 Wien zou Hij dan de kennis leren? En wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk? Den afgetrokkenen van de borsten?
10 Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.
11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen en door een bandere tong tot dit volk spreken, b 1 Kor. 14:21. verwijsteksten
12 Tot dewelke Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moede rust, en dit is de verkwikking. Doch zij hebben niet willen horen;
13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; copdat zij heengaan en achterwaarts vallen en verbroken en verstrikt en gevangen worden. c 2 Kor. 2:16. verwijsteksten
14 Daarom, hoort des HEEREN woord, gij bespotters, gij heersers over dit volk, dat te Jeruzalem is.
15 Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.
16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Zie, dIk leg een Grondsteen in Sion, een beproefden Steen, een kostelijken Hoeksteen, Die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten. d Ps. 118:22. Matth. 21:42. Hand. 4:11. Rom. 9:33; 10:11. Ef. 2:20. 1 Petr. 2:6, 7, 8. verwijsteksten
17 En Ik zal het gericht stellen naar het richtsnoer en de gerechtigheid naar het paslood; en de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overlopen.
18 En ulieder verbond met den dood zal tenietworden, en uw voorzichtig verdrag met de hel zal niet bestaan; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, dan zult gijlieden van denzelven vertreden worden.
19 Van den tijd af als hij doortrekt, zal hij ulieden wegnemen, want allen morgen zal hij doortrekken, bij dag en bij nacht; en het zal geschieden dat het gerucht te verstaan, enkel beroering wezen zal.
20 Want het bed zal korter zijn dan dat men zich daarop uitstrekken kunne; en het deksel zal te smal wezen, als men zich daaronder voegt.
21 Want de HEERE zal Zich opmaken gelijk op den berg Perázim, Hij zal beroerd zijn gelijk in het dal van Gíbeon; om Zijn werk te doen: Zijn werk zal vreemd zijn; en om Zijn daad te doen: Zijn daad zal vreemd zijn.
22 Nu dan, drijft den spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden; want ik heb van den Heere HEERE der heirscharen gehoord een verdelging, ja, een die vast besloten is over het ganse land.
 
De landman en zijn werk
23 Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede:
24 Ploegt de ploeger den gehelen dag om te zaaien? Opent en egt hij zijn land den gehelen dag?
25 Is het niet alzo? Wanneer hij het bovenste van hetzelve effen gemaakt heeft, dan strooit hij wikke en spreidt komijn, of hij werpt er van de beste tarwe in, of uitgelezen gerst of spelt, elk aan zijn plaats.
26 En zijn God onderricht hem van de wijze, Hij leert hem.
27 Want men dorst de wikke niet met den dorswagen, en men laat het wagenrad niet rondom over den komijn gaan; maar de wikke slaat men uit met een staf en den komijn met een stok;
28 Het broodkoren moet verbrijzeld worden, maar hij dorst het niet geduriglijk dorsende; en hij breekt het niet met het wiel zijns wagens, en hij verbrijzelt het niet met zijn paarden.
29 Zulks komt ook voort van den HEERE der heirscharen; Hij is wonderlijk van raad, Hij eis groot van daad. e Jer. 32:19. verwijsteksten

Einde Jesaja 28