Statenvertaling.nl

sample header image

Jesaja 16 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jesaja 16

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Moabs ellende
1 ZENDT de lammeren van den heerser des lands van Sela af naar de woestijn heen, tot den berg der dochter Sions.
2 Anderszins zal het geschieden dat de dochteren van Moab aan de veren van de Arnon zullen zijn, als een zwervende vogel, uit het nest gedreven zijnde.
3 Brengt een raad aan, houd gericht, maak uw schaduw op het midden van den middag gelijk den nacht; verberg de verdrevenen en meld den omzwervende niet.
4 Laat Mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab, wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is tenietgeworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.
5 Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendiglijk Een zitten ain de tente Davids, Een Die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. a Jes. 9:6. Dan. 7:14, 27. Micha 4:7. Luk. 1:33. verwijsteksten
6 Wij bhebben gehoord de hovaardij van Moab, hij is zeer hovaardig; zijn hoogmoed en zijn hovaardij en zijn verbolgenheid zijn alzo zijn grendels niet. b Jer. 48:29, 30. verwijsteksten
7 Daarom zal Moab over Moab chuilen, altemaal zullen zij huilen; over de fundamenten van Kir-Haréseth zult gijlieden zuchten, gewisselijk, zij zijn gebroken. c Jer. 48:20. verwijsteksten
8 Want de velden van Hesbon zijn verflauwd, ook de wijnstok van Sibma, de heren der heidenen hebben zijn uitgelezen planten verpletterd; zij reiken tot Jáëzer toe, zij dwalen door de woestijn; dzijn scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee. d Jer. 48:32, 33. verwijsteksten
9 Daarom beween ik, in de wening over Jáëzer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleále; want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen;
10 Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen noch enig gejuich gemaakt; de druiventreder treedt geen wijn uit in de wijnbakken; Ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden.
11 Daarom rommelt mijn ingewand over Moab, als een harp, en mijn binnenste over Kir-Héres.
12 En het zal geschieden als men zien zal, dat Moab vermoeid is geworden op de hoogte, dan zal hij in zijn heiligdom gaan om te aanbidden, maar hij zal eniet vermogen. e Deut. 32:37, 38, 39. verwijsteksten
13 Dit is het woord dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft, van toen af.
14 Maar nu spreekt de HEERE, zeggende: Binnen drie jaren (als de jaren eens huurlings), dan zal de eer van Moab verachtzaam gemaakt worden, met al die grote menigte; en het overblijfsel zal klein, weinig, onmachtig wezen.

Einde Jesaja 16