Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 33 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 33

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Vermaning tot Gods lof, vanwege Zijn Goddelijke eigenschappen, raad, woord en werken, zo der schepping als der regering, inzonderheid der mensen, tot vernietiging van der goddelozen aanslagen en behoudenis Zijner gelovigen, die zich daarover verblijden en Hem daarom bidden.
 
Oproep om God te loven
1 GIJ rechtvaardigen, zingt vrolijk in den HEERE; alof 1betaamt den oprechten.
a Ps. 147:1. verwijsteksten
1 Of: staat den oprechte wel aan, past hem wel.
 
2 Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de 2luit en het tiensnarig instrument.
2 Deze laatste twee worden uitdrukkelijk onderscheiden Ps. 92:4. verwijsteksten
 
3 bZingt Hem een 3nieuw lied; 4speelt wel met vrolijk geschal.
b Ps. 40:4; 96:1; 98:1; 144:9. Jes. 42:10. Openb. 5:9; 14:3. verwijsteksten
3 Dat nimmermeer veroude, maar steeds vernieuwd worde, en in verse gedachtenis blijve, vanwege de nieuwe en verse weldaden die God telkens aan Zijn volk bewijst. Vgl. Job 29 op vers 20. 1 Joh. 2:7, 8. verwijsteksten
4 Hebr. maakt het spelen of slaan goed, dat is, speelt wel, vernuftiglijk, kunstiglijk. Vgl. Deut. 5 op vers 28. Jes. 23:16. Jer. 1 op vers 12. verwijsteksten
 
4 Want des HEEREN woord is 5recht en al Zijn werk 6getrouw.
5 Zie Ps. 19 op vers 9. verwijsteksten
6 Hebr. in getrouwheid, of waarheid, gewisheid, dat is, gelijk Zijn woord recht, goed en waarachtig is, alzo is ook bestendig en vast al wat Hij doet.
 
5 Hij heeft c7gerechtigheid en gericht lief; dde 8aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.
c Ps. 45:8. Hebr. 1:9. verwijsteksten
7 Beschermende de onschuldigen en straffende de schuldigen.
d Ps. 119:64. verwijsteksten
8 Vgl. Matth. 5:45. 1 Tim. 4:10. verwijsteksten
 
6 eDoor het 9Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den 10Geest Zijns monds al hun 11heir.
e Gen. 1:6, 7. verwijsteksten
9 Versta het eeuwige zelfstandige Woord des Vaders. Zie Gen. 1 op vers 3. verwijsteksten
10 Versta dit van den Heiligen Geest, Die van den Vader en den Zoon uitgaat en gezonden wordt, zijnde mede een Auteur van de schepping aller dingen. Vgl. Gen. 1:2. Job 26:13; 33:4. verwijsteksten
11 Zie Gen. 2 op vers 1. verwijsteksten
 
7 Hij 12vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den 13afgronden schatkameren.
12 Dat is, vergaderd hebbende, houdt Hij ze bijeen als op een hoop, dat zij de mensen in het bewonen des aardrijks niet kunnen hinderen. Zie Gen. 1:9. Job 38:8, enz. Spr. 8:29. verwijsteksten
13 Dat is, diepten, zeer diepe wateren legt Hij in verborgen holen des aardrijks, gelijk men schatten in verborgen plaatsen weglegt. Vgl. Job 38:16. Spr. 8:28. verwijsteksten
 
8 Laat de ganse 14aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.
14 Dat is, inwoners des gansen aardrijks, als het volgende verklaart.
 
9 Want Hij spreekt, 15en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.
15 Dat is, als Hij spreekt, zo, enz., als dikwijls.
 
10 fDe HEERE vernietigt den raad der heidenen, Hij breekt de gedachten der volken.
f Jes. 19:3. verwijsteksten
 
11 Maar gde raad des HEEREN bestaat in eeuwigheid; de 16gedachten Zijns harten 17van geslacht tot geslacht.
g Spr. 19:21; 21:30. Jes. 46:10. verwijsteksten
16 Menselijk van God gesproken, betekenende den raad en wil Gods, in het voorgaande gemeld.
17 Hebr. tot of in geslacht en geslacht.
 
12 hWelgelukzalig is het volk 18welks God de HEERE is; het volk dat Hij Zich ten erve verkoren heeft.
h Ps. 65:5; 144:15. verwijsteksten
18 Zie Gen. 17 op vers 7. verwijsteksten
 
13 De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.
14 Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.
15 Hij 19formeert hun aller hart; Hij let op al hun werken.
19 Van den een zowel als van den ander, van een ieder in het bijzonder. Vgl. Num. 16:22. Zach. 12:1. Hebr. 12:9. Anders: Hij alleen formeert hun hart. Zie van zulke betekenis van het Hebreeuwse woordje Ezra 4 op vers 3. verwijsteksten
 
16 Een koning wordt niet behouden door een 20groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht.
20 Hebr. door de grootheid of veelheid eens heirs; alzo in het volgende: door de grootheid of veelheid der kracht.
 
17 Het paard 21feilt ter 22overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkheid.
21 Hebr. is leugen of valsheid, dat is, bedriegt zijn meester, die daardoor meende de victorie te bekomen, of te ontkomen, maar het mislukt hem. Door het paard (als een bijzondere hulp in den krijg) moet men alle andere middelen verstaan, als niet helpende zonder Gods zegen.
22 Of: behoudenis. Zie van het Hebreeuwse woord 2 Sam. 8 op vers 6. verwijsteksten
 
18 Zie, des HEEREN i23oog is over degenen die Hem vrezen, op degenen die op Zijn goedertierenheid hopen;
i Job 36:7. Ps. 34:16. 1 Petr. 3:12. verwijsteksten
23 Vgl. 1 Kon. 8 op vers 29. Ps. 32 op vers 8. verwijsteksten
 
19 Om hun 24ziel van den 25dood te redden, en om hen bij het leven te houden in den honger.
24 Dat is, leven.
25 Dat is, dodelijke gevaren.
 
20 Onze ziel verbeidt den HEERE; Hij is onze Hulp en ons Schild.
21 Want ons hart is in Hem verblijd, omdat wij op den Naam Zijner 26heiligheid vertrouwen.
26 Dat is, Zijn heiligen Naam.
 
22 Uw goedertierenheid, HEERE, zij over ons, gelijk als wij op U hopen.

Einde Psalm 33