Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 136 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Psalm 136

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De psalmist vermaant alle gelovigen tot lof en dankzegging Gods vanwege Zijn goedertierenheid, macht en wijsheid, blijkende aan de schepping der wereld en verlossing van Israël uit Egypte en vele andere weldaden.
 
Gods goedertierenheid is eeuwig
1 LOOFT1 den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid 2is in der eeuwigheid.
1 Dit woord staat hier en in de volgende verzen in het meervoud: Laudate, looft gijlieden. Enigen menen dat deze psalm allen dag van de Levieten in de gemeente Gods is gezongen geweest. Zie 1 Kron. 16:41. verwijsteksten
2 Dat is, duurt, en alzo in de volgende verzen van dezen psalm.
 
2 Looft 3den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
3 Dat is, den oppersten God, Die te gebieden heeft over de engelen, koningen en alle overheden. Zie de aant. Deut. 10 op vers 17. verwijsteksten
 
3 Looft 4den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
4 Hebr. de Heeren der heren; als Gen. 24:9; 39:16, 20; 42:30. Ex. 21:4, en elders meer. verwijsteksten
 
4 Dien Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
5 Dien aDie de hemelen 5met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
a Gen. 1:1. verwijsteksten
5 Dat is, met uitnemende grote wijsheid.
 
6 bDien Die de aarde 6op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
b Ps. 24:2. verwijsteksten
6 Of: bovenaan, of nevens de wateren. Zie Job 26 op vers 7. Ps. 24 op vers 2. verwijsteksten
 
7 Dien cDie de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
c Gen. 1:14. verwijsteksten
 
8 dDe zon tot heerschappij 7in den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
d Gen. 1:16. verwijsteksten
7 Of: over den dag.
 
9 De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
10 eDien Die 8de Egyptenaars geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
e Ex. 12:29. Ps. 78:43, 51. verwijsteksten
8 Anders: Egypte.
 
11 En heeft 9Israël fuit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
9 Dat is, het volk van Israël.
f Ex. 12:31, 51; 13:3, 17. verwijsteksten
 
12 10Met een sterke hand en gmet een uitgestrekten arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
10 Dat is, met macht. Zie 1 Kon. 8, de aantt. op vers 42. verwijsteksten
g Ex. 6:5. verwijsteksten
 
13 Dien hDie 11de Schelfzee 12in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
h Ex. 14:21, 22. Ps. 78:13. verwijsteksten
11 Anders: de Rode Zee, of: de Biezenzee.
12 Of: in stukken sneed.
 
14 En voerde Israël door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
15 iHij heeft Farao met zijn heir 13gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
i Ex. 14:24. verwijsteksten
13 Hebr. geschud.
 
16 kDie 14Zijn volk 15door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
k Exodus 15; 16; 17; 19. Ps. 78:53. verwijsteksten
14 Het volk van Israël.
15 Of: in.
 
17 lDie 16grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
l Num. 21:24, 25, 34, 35. Joz. 12:1. Ps. 135:10, 11. verwijsteksten
16 Dat is, machtige.
 
18 En heeft 17heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
17 Of: treffelijke, machtige, geweldige, doorluchtige.
 
19 Sihon, den Amoritischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
20 mEn Og, den koning 18van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
m Deut. 3:1, enz. verwijsteksten
18 Dat is, van het land Basan. Zie de aant. op Deut. 32:14. Zie ook van Basan Ps. 22:13. Jer. 50:19. Micha 7:14. verwijsteksten
 
21 En heeft 19hun land nten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
19 Te weten der beide voornoemde koningen.
n Joz. 12:6. verwijsteksten
 
22 Ten erve 20aan Zijn knecht Israël; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
20 Dat is, de Israëlieten, die Hij in Zijn bescherming heeft aangenomen, opdat zij Hem dienen zouden. De ganse natie wordt geacht alsof het maar één man ware. Alzo wordt het volk van Israël genoemd de eerstgeborene Gods, Ex. 4:22. verwijsteksten
 
23 Die aan ons 21gedacht heeft 22in onze nederheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
21 Te weten ten beste, als Gen. 8:1. verwijsteksten
22 Dat is, in onzen nederigen staat, toen wij van onze vijanden onderdrukt werden; te weten ten tijde der Richteren, waarvan dat gehele boek doorgaans spreekt.
 
24 En Hij heeft ons onzen tegenpartijders 23ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
23 Dat is, gelijk als uit hun handen gescheurd en gebroken, als Ps. 7:3. verwijsteksten
 
25 Die 24allen vlees 25spijze geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
24 Dat is, aan alle dieren of levende schepselen.
25 Het Hebreeuwse woord lechem of brood wordt genomen voor allerlei spijze. Mark. 6:36 staat: om brood te kopen, maar Matth. 14:15 staat: om spijze te kopen. Brood wordt ook gebruikt voor spijze of voeder der beesten, Ps. 147:9. Kortom, de profeet wil zeggen, dat God alle geschapen dingen van nooddruft verzorgt. verwijsteksten
 
26 Looft den God 26des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
26 Anders: der hemelen, dat is, Die in den hemel woont.

Einde Psalm 136