Statenvertaling.nl

sample header image

Job 35 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Job 35

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Job wordt weder berispt dat hij zich te rechtvaardig hield, vs. 1, enz. En wordt gewezen op de grootheid der Goddelijke majesteit, 4. Hem wordt ook geleerd, waarom God enige mensen in grote ellende laat blijven, 9. Wordt vermaand op God te hopen, 14. Die hem beneden zijn verdienste strafte, 15. En zich te vernederen, 16.
 
Elihu bestraft Job
1 ELIHU 1antwoordde verder en zeide:
1 Zie Job 34 op vers 1. verwijsteksten
 
2 Houdt gij dat 2voor recht, dat gij gezegd hebt: 3Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?
2 Dat is, voor een goede en billijke zaak, die in het gericht verdedigd kan worden. Zie Job 34 de aant. op vers 4. verwijsteksten
3 Dit had Job in dezen vorm niet alzo gesproken, maar Elihu wil het uit zijn woorden besluiten, die hij daarom in het volgende vers voorbrengt.
 
3 Want agij 4hebt gezegd: Wat zou 5zij 6u baten? Wat meer profijt zal ik 7daarmede doen dan met mijn zonde?
a Job 34:9. verwijsteksten
4 Vgl. Job 9:20; 10:15. verwijsteksten
5 Te weten uw gerechtigheid.
6 Namelijk uw persoon, o Job.
7 Dat is, met mijn gerechtigheid en vroomheid. Job had zulks geklaagd uit onverduldigheid, omdat hij vroom zijnde, schrikkelijk geplaagd en wredelijk veroordeeld werd.
 
4 Ik zal u 8antwoord geven, en 9uw vrienden met u.
8 Te weten, met dewelke ik u wederleggen zal.
9 Te weten die tegen u gehandeld, doch u ten volle niet beantwoord hebben. Evenwel, Elifaz had bijna hetzelfde dat hier nu van Elihu voorgebracht wordt vss. 6, 7, tevoren gezegd, Job 22:2, 3. Sommigen duiden het op degenen die het met Job hielden. Vgl. Job 18:2. verwijsteksten
 
5 Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de 10bovenste wolken, zij 11zijn hoger dan gij.
10 Zie Deut. 33 op vers 26. verwijsteksten
11 De zin is: Zijn de wolken hoger, hoeveel te meer God? Is God hoger, wat kunt gij Hem helpen met uw vroomheid, of schaden met uw zonde?
 
6 Indien gij zondigt, 12wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, 13wat doet gij Hem?
12 Te weten, waarmede gij Hem, dat is, God, zoudt mogen beschadigen.
13 Te weten wat kwaad, schande of nadeel.
 
7 bIndien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij 14Hem? Of wat ontvangt Hij uit uw hand?
b Job 22:2. Ps. 16:2. Rom. 11:35. verwijsteksten
14 Versta niet met al; dat is, Hij heeft geen profijt noch baat van uw gerechtigheid. Vgl. Ps. 16:2; 50:10, 11, 12. verwijsteksten
 
8 Uw goddeloosheid zou zijn 15tegen een man gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid 16voor eens 17mensen kind.
15 Te weten om hem te beschadigen.
16 Te weten om hem voordelig te zijn en enige weldaad te bewijzen.
17 Zie 1 Kon. 8 op vers 39. verwijsteksten
 
9 18Vanwege hun 19grootheid doen 20zij de onderdrukten roepen; 21zij schreeuwen vanwege 22den arm der 23groten.
18 Elihu schijnt hier te zien op de woorden van Job, Job 24:12, dewelke hij ten onrechte alzo zou duiden alsof Job daarmede God van ongerechtigheid beschuldigd had. Want Job had God Zijn eer gegeven, vers 12, en den verdrukten de schuld opgelegd, vers 13. verwijsteksten
19 Dat is, groot geweld.
20 Te weten de goddelozen.
21 Te weten de verdrukten.
22 Dat is, het geweld en den overlast. Vgl. en zie Job 22 op vers 8. verwijsteksten
23 Dat is, der machtigen en geweldigen.
 
10 24Maar 25niemand zegt: Waar is God, 26mijn Maker, 27Die de psalmen geeft in den nacht?
24 Elihu geeft reden waarom de verdrukten in hun nood niet geholpen worden.
25 Te weten dergenen die onderdrukt worden. Hebr. Maar hij zegt niet.
26 Hebr. mijn Makers, in het meervoud. Vgl. Gen. 20 op vers 13; insgelijks zie Job 32 op vers 22. verwijsteksten
27 Dat is, Die in den nacht zelven, als men ligt om te rusten, den mensen door Zijn weldaden oorzaak geeft van zingen. Vgl. Ps. 42:9. verwijsteksten
 
11 28Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?
28 Dat is, Die ons met rede, verstand en wijsheid begiftigt boven de onredelijke dieren, zodat wij Hem recht behoren te kennen en in den nood aan te zoeken.
 
12 29Daar 30roepen zij, cmaar Hij antwoordt niet, vanwege den 31hoogmoed der bozen.
29 Te weten in hun nood, als zij verdrukt worden.
30 Te weten tot God.
c Job 27:9. Spr. 1:28; 15:29. Jes. 1:15. Jer. 11:11. Joh. 9:31. verwijsteksten
31 Dat is, het trots geweld dergenen van dewelke zij verdrukt worden. Hoewel hun roepen niet vergezelschapt was met godvruchtigheid, als het volgende verklaart. Zie ook vss. 9, 10. verwijsteksten
 
13 Gewisselijk zal God de 32ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.
32 Dat is, de ijdele mensen, die ledig zijn van het rechte geloof en de ware godvruchtigheid. Alzo snoodheden voor snode mensen, Ps. 12:9, bedrog voor bedriegers, Spr. 12:24, valsheid voor valsaard, Spr. 17:4, begeerte voor begerige, Spr. 21:26. Zie ook Job 24:20, en de aant. op het woord onrecht. verwijsteksten
 
14 33Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; 34er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
33 Elihu keert zich tot Job, verhalende hetgeen hij gezegd had Job 23:8, 9. De zin is: Zo God de gebeden der ijdele mensen niet verhoort, zal Hij ook niet aanzien degenen die voorgeven dat zij God niet zien en Hem niet vinden kunnen, als zij in hun nood door het gebed tot Hem vlieden. verwijsteksten
34 Dat is, hoewel gij meent dat u ongelijk geschiedt, daar is nochtans oordeel en gerechtigheid bij God, om met eenieder te handelen naar behoren. Hierom, werp uw vertrouwen op den Heere, en wacht op een zalige uitkomst, Ps. 37:5, 6, 7; 55:23. verwijsteksten
 
15 dMaar nu, dewijl 35het niets is dat 36Zijn toorn Job 37bezocht heeft, en hij 38Hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;
d Job 11:6. verwijsteksten
35 Dat is, een zeer geringe straf, ten aanzien van hetgeen Job verdiend had. Elihu dit sprekende, keert zich tot de omstanders.
36 Dat is, Gods toorn.
37 Zie Gen. 21 op vers 1. verwijsteksten
38 Te weten God. Sommigen zetten dit vers aldus: Maar nu, omdat Zijn toorn Job niet bezocht had, en hij in groten overvloed dien niet gekend had, enz. Verstaande dit van Jobs voorgaanden voorspoedigen staat, en dat hij derhalve uit ongewoonte van tegenspoed onverduldig gesproken had.
 
16 Zo heeft Job 39in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.
39 Dat is, met onverstandigheid. Vgl. Job 27 op vers 12. verwijsteksten

Einde Job 35