Statenvertaling.nl

sample header image

‘Baudartius een van de beste kenners van het Hebreeuws’

Onderstaand artikel van de heer J. de Koning verscheen in het kwartaalblad Standvastig van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS), maart 2004.

Bijbelvertaler voor het Oude Testament

LISSE – ‘De belangrijkste verdienste die ds. Willem Baudartius zich voor het nageslacht heeft verworven is zijn werkzaamheid als Bijbelvertaler. De Synode van Dordrecht 1618-1619 koos hem als vertaler van het Oude Testament omdat hij één van de beste kenners van het Hebreeuws was.’

Dit zei dr. A. Th. Van Deursen, emeritus hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, onlangs tijdens een toespraak naar aanleiding van de ingebruikname van de fraai gerestaureerde Grote Kerk te Lisse. Ds. Baudartius heeft ruim een jaar het Woord Gods in Lisse mogen bedienen. Dat was de reden om dr. Van Deursen te vragen om een inleiding over Baudartius te houden. In dit artikel een aantal onderdelen uit zijn inleiding ‘Baudartius en zijn tijd’.

Baudartius moet volgens Van Deursen al jong een goed gevoel voor talen hebben gehad. In zijn jeugd leerde hij al Engels. Ouder geworden ging hij eerst naar de Franse en al spoedig naar de Latijnse school. Zo leerde hij ook Latijn, Grieks en Hebreeuws. In zijn studietijd heeft hij zich nog het Duits eigen gemaakt. Hij kon, zei Baudartius later zelf, in vier talen preken, Nederlands, Frans, Duits en Engels. Waarschijnlijk trouwens ook wel in het Grieks, Latijn en Hebreeuws, maar voor preken in die talen waren er niet genoeg kerkgangers beschikbaar. Het vertaalwerk van de Bijbel had altijd al de belangstelling van Baudartius. De Nederlandse bijbelvertaling van zijn tijd was van zeer matige kwaliteit. Ze ging niet terug op de grondtekst, het Hebreeuws en Grieks, maar ze steunde op de Duitse vertaling van Luther. Luthers tekst was haastig in het Nederlands overgebracht, want in de reformatietijd verlangden de mensen ernaar de Bijbel te mogen kennen. De behoefte aan een betere Bijbeluitgave deed zich steeds sterker gevoelen. De overheid wees in 1594 Marnix van Sint Aldegonde aan als bijbelvertaler. Toen hij in 1598 stierf waren slechts enkele fragmenten gereed gekomen.

Wechbereyder

wilhelmus baudartius
Wilhelmus Baudartius (1565-1640).

Ds. Baudartius schreef in 1606 een boekje met als titel ’Wechbereyder op de verbeteringh van den Nederlantschen Bijbel’. Het beste was een complete vertaling vanuit de grondtekst. Omdat dit erg lang zou duren stelde hij voor om de bestaande Bijbel te bewerken aan de hand van de Duitse bijbelvertaling van Johannes Piscator. De kerken in de provincie Holland voelden hier niet voor. De Nationale Synode van Dordrecht 1618-1619 besloot tot volledige vertaling en wees in 1618 vertalers aan. Het heeft tot 1626 geduurd eer de vertalers naar Leiden konden reizen om daar samen het vertaalwerk ten uitvoer te brengen.

De drie oorspronkelijk aangewezen vertalers van het Oude Testament waren alle drie nog in leven. Naast ds. Baudartius waren dat ds. Johannes Bogerman, preses van de Dordtse synode, en ds. Gerson Bucerus, die predikant was in Veere, en evenals Baudartius een Vlaming van geboorte. In de jaren van hun Engelse ballingschap hadden ze nog samen op school gezeten. Twee Vlamingen dus, en een Fries voor het Oude Testament. Voor het Nieuwe Testament nog een Vlaming, ds. Antonius Walaeus, en nog een Fries, Festus Hommius.

De vijf boeken van Mozes waren in 1628 gereed, de historische boeken in 1630, de dichterlijke een jaar later, in 1631. De vertaling van de profetische boeken was in januari 1633 voltooid.

Revisoren

Na de vertaling volgde een tweede ronde waarin het gehele werk vers voor vers werd besproken met de zogenaamde revisoren. Pas na die uitvoerige en gedetailleerde controle kon de vertaling naar de drukker. Toen op 17 september 1637 de complete gedrukte Bijbel in paars fluwelen band aan de Staten-Generaal kon worden aangeboden, waren er negentien jaren verlopen sinds de Synode de opdracht had verstrekt.

Van het oorspronkelijke zestal vertalers was nog slechts één vertaler in leven. Dat was Willem Baudartius. Hij had het voornemen om een verslag te schrijven over het vertaalwerk, ten dienste van de kerken. Nog in 1640 schreef hij daarover aan zijn vriend Jacobus Revius. Er is niets meer van gekomen, en in datzelfde jaar 1640 is hij overleden. Ds. Baudartius is één van de weinigen wiens werk na zoveel eeuwen nog dagelijks wordt gelezen door de velen die de Bijbel het liefste lezen in de vertaling van 1637, zo zei dr. Van Deursen aan het einde van zijn referaat.

Expositie

In de kerk was tijdens de open dagen een expositie te zien over de geschiedenis van de Bijbel in de Statenvertaling en het leven en werk van ds. Baudartius. Deze expositie werd geopend door de heer C.L. Freeke uit Lisse, lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Hij had een groot aandeel in de organisatie van de lezing en de totstandkoming van de tentoonstelling.

Terugziend op de expositie en de lezing zegt de heer Freeke:

‘De belangstelling voor de lezing en de expositie was boven verwachting. Eerder al hield de heer J. Franssen, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, een toespraak bij de ingebruikname van de gerestaureerde kerk, daterend uit 1461. De symbolische openingshandeling was de overhandiging van een door een gemeentelid geschonken oude Statenbijbel door de Commissaris van de Koningin aan ds. A.C. Verweij, de plaatselijke predikant.

De kerkvoogdij wilde enige activiteiten organiseren om de opening van de kerk luister bij te zetten. Er was maar een klein budget over, want de kosten van de restauratie waren erg tegengevallen. Het voorstel om aandacht te besteden aan de Bijbelvertaler Baudartius, omdat hij een van de eerste predikanten van Lisse was, werd goedgekeurd. De informatiepanelen die stonden opgesteld in de Augustijnenkerk te Dordrecht pasten prima in de opzet. Gelukkig konden deze in bruikleen worden verkregen. Dit werd aangevuld met foto’s die een indruk gaven van leven en werk van Baudartius. Dr. Van Deursen, een deskundige bij uitstek, bleek bereid in een lezing de betekenis van Baudartius nader te belichten.

Als dank voor zijn bijdrage heb ik dr. Van Deursen een replica van de penning aangeboden die de Staten-Generaal in 1619 voor de leden van de Dordtse Synode heeft laten maken. De penning vermeldde aan de ene zijde ‘Religione asserta’ (de religie bevestigd) en aan de andere zijde ‘Erunt ut mons Sion’ (Zij zullen zijn als de berg Sion, naar Psalm 125:1).’


Terug

Naar top van deze pagina
Naar pagina Artikelen geschiedenis Statenvertaling
Naar hoofdpagina Geschiedenis